Terug naar Logboek

Terug naar hoofdpagina

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zwaar weer, onze eerste storm!

San Antonio, Ibiza, 17 september 2001

We liggen nu 3 dagen in de grote, beschutte baai van San Antonio aan de westkust van het eiland Ibiza. De baai is de perfecte plek om een gunstig moment uit te kienen om over te steken naar het vasteland van Spanje. De dichtstbijzijnde havenplaats op het vasteland, Denia, ligt ca. 55 mijl naar het westen. Wij willen echter verder naar het westen: "mijlen maken", een beetje opschieten om tijdig in Gibraltar aan te komen. We besluiten om over te steken naar Torrevieja, een plaats gelegen tussen Alicante en Carthagena. Vanuit de baai van San Antonio is dat ongeveer 110 mijl varen. Een nachtje doorvaren dus. Met een gemiddelde snelheid van 5 knopen is dat zo'n 22 uur varen. Het weer is de afgelopen dagen onrustig geweest: regen, veel wind en een sombere, betrokken lucht. We volgen het weerbericht al dagen en de verwachting voor de komende 24 uur ziet er goed uit: oost-noordoosten wind, kracht 3-5 en seastate slight, oftewel een rustige zee.

Om 11.30 uur lichten we het anker en gaan we. Nog in de baai hijsen we het grootzeil en het yawlzeil (achtermast). Prachtig altijd om zeilend met vol tuig een baai uit te gaan. Eenmaal "buiten" draaien we de genua erbij en al snel lopen we 7 knopen. De zee is behoorlijk onrustig zo dichtbij het land en het waait 20 knopen (= kracht 5). De wind komt echter uit de goede hoek, schuin van achteren en we zijn heerlijk aan het zeilen!

18.00 uur. We varen nog steeds onder vol tuig. De zee is rustiger geworden nadat we het land achter ons hebben gelaten, maar er staat nog steeds een behoorlijke deining die het leven aan boord wat oncomfortabel maakt. De wind is afgenomen en varieert zo tussen de 7 en 14 knopen. Ik ben de keuken ingegaan om een grote pan met Macaroni te maken. Lekker met verse prei, paprika, ui en ham.

20.30 uur. Het is donker geworden. Martine heeft nauwelijks gegeten. Ze voelt zich niet zeeziek, maar haar eetlust is wel verdwenen. Tico en ik hebben ons tegoed gedaan aan de pasta. Tico ligt inmiddels in zijn bed en is al snel in een diepe slaap gevallen, wiegend op de voortdurende bewegingen van het schip. We zeilen met vol tuig, gemiddelde windsnelheid 10 knopen. Het belooft een donkere nacht te worden. De maan is er niet en als hij er zou zijn, dan zou hij schuil gaan achter een dik wolkendek. Het is niet echt koud, circa 22 graden, maar we zijn warm weer gewend en zitten met lange broek en fleecejas aan in de kuip. Tot nu toe heeft de autopilot het stuurwerk gedaan. We hebben de boom in de genua gezet om te zorgen dat het zeil netjes vol blijft staan en niet gaat klapperen in de deining.

21.30 uur. De wind trekt wat aan en varieert nu tussen de 15-20 knopen (kracht 4-5). We besluiten de boom uit het zeil te halen om te voorkomen dat we dat moeten doen als het harder zou gaan waaien. Zonder boom is het voorzeil snel in te draaien; met boom is dat lastiger want dan moet ik (Coos) eerst naar voren het dek op om de boom uit het zeil te halen. Nadat de boom uit het zeil is, blijkt dat de autopilot het te zwaar heeft. Hij zal niet doorbranden of stuk gaan, maar het schip maakt te grote slingerbewegingen. Met de hand sturend blijkt al snel waarom: het schip is niet in balans. Door de golfbewegingen pakt het voorzeil het ene moment de volle wind en het volgende moment klappert het wegens gebrek aan wind. Het schip is daardoor moeilijk op koers te houden. We sturen voorlopig maar met de hand. De golven worden hoger, waardoor het niet prettig is om binnen te bewegen. Martine slaapt nog wel wat binnen, maar komt snel weer naar de kuip. We varen met een behoorlijke snelheid; zo tussen de 6 en 7 knopen. Als we van de golven afsurfen loopt de snelheidsmeter op naar 8-9 knopen. Inspannend, maar zeker ook prachtig om zo snel te varen.

22.15 uur. We hebben een probleem met de stroomvoorziening. De laatste 3 dagen die we voor anker hebben gelegen, hebben de accu's aardig uitgeput. De zonnepanelen hebben niet of nauwelijks bij kunnen laden vanwege gebrek aan zonneschijn. De GPS geeft nu een poweralarm af, wat gebeurt als de voltage onder een bepaalde waarde komt. Nu gebeurt dat wel vaker en is dat niet direct iets om je zorgen over te maken. Echter, de voltmeter geeft een zéér laag voltage aan van rond de 9V, terwijl dit bij volle accu's meer dan 12,5V moet zijn. Enfin, we hebben nog genoeg stroom om de apparatuur en noodzakelijke verlichting aan de praat te houden.

23.00 uur. Een aantal lichtjes zijn zichtbaar op de voor de rest pikdonkere zee. Het is zo donker dat het verschil tussen zee en hemel niet meer zichtbaar is. En de hoge golven dragen daar ook zeker toe bij. Ik schat de golven in op een meter of 4. Een lichtpunt, een rood licht, schuin voor ons is duidelijk zichtbaar en komt dichterbij. We zetten onze radar aan om afstand en koers van het andere schip in te schatten. De radar geeft echter 2 foutmeldingen. Belangrijkste boodschap: signal missing. Geen echo op het scherm dus. We morrelen wat aan de snoeren, maar komen al snel tot de conclusie dat het met de lage spanning van de accu's heeft te maken. Dan maar zonder radar. Het rode licht komt nog steeds dichterbij. Zoals altijd in dit soort situaties besluiten we om achter het schip langs te gaan. Dat is in de meeste gevallen het meest veilig in de wetenschap dat veel vrachtschepen -maar ook vissersboten- met een snelheid van tussen de 10-20 knopen varen. Hier maken we echter een belangrijke fout! We veronderstelden (een black out met twijfel) dat het rode licht de stuurboordzijde van het schip aangaf. In werkelijkheid is rood bakboord (links) en groen stuurboord (rechts). Ik vergeet dit altijd en kijk dan naar onze eigen verlichting om te bepalen hoe het ook weer zat. Zo ook nu: ik keek naar ons toplicht boven in de mast en meende aan stuurboordzijde een rode gloed te zien, dus rood = stuurboord, dacht ik. De zee was inmiddels zo hoog geworden het het rode licht af en toe geheel verdween achter de golven. 

Dan wordt het spannend! Het rode licht blijft rechts voor ons en lijkt nog steeds dichterbij te komen. Het is onmogelijk om de afstand in te schatten. Het kan 1 mijl zijn of 4 mijl. Alleen de kracht en de helderheid van het licht geeft enige indicatie over de afstand. Plotseling hoor ik het dreunen van dieselmotoren. Vrijwel tegelijkertijd zie ik vaag de bruisende golven wegspatten voor de boeg van het schip. Ik schat de afstand in op zo'n 100 meter. Zo dichtbij is het dus al! We kunnen geen kant op en het schip lijkt recht op ons af te stomen. We weten niet of ze ons gezien hebben en gaan er dus maar vanuit dat dat niet zo is. De tijd tikt door en het schip komt met grote snelheid dichterbij: het blijkt een visserskotter te zijn die netten achter zich aansleept. Ik schat in dat we nog net voor langs kunnen gaan, zij het heel dichtbij.  Martine verstijft van angst, maar raakt niet in paniek. In die luttele seconden/minuten vliegt er van alles door ons heen: wat gebeurt er als ie ons ramt? Ons schip zou geen schijn van kans maken: door midden gereten, open gespleten met een vreselijke klap, een ontzettend kabaal van versplinterend polyester, hout, vallende masten en een doorploegende vissersboot. Hoe je dan je vege lijf, en nog belangrijker dat van Tico, moet redden is nauwelijks voor te stellen. Een nachtmerrie, maar deze lijkt echt! De boeg blijft op ons afkomen, de richting wordt niet veranderd. We zien nog steeds het rode licht en zijn er dus nog niet voorbij. Martine schijnt met een sterke schijnwerper op de stuurhut van de vissersboot. Dat moet hij zien; hij moet er praktisch door verblind worden. Ondertussen pers ik alles uit de boot wat er aan snelheid inzit om er maar voorbij te komen, want nog immer zien we het rode licht. Dan, tergend langzaam, wordt ook het groene licht zichtbaar. We zien nu rood en groen duidelijk aan beide zijden van de witte boeg van de visserskotter. We gaan voorlangs! De afstand bedraagt ca. 50 meter of minder. De zware dieselmotoren van de visserskotter blijven onverminderd doordraaien. Een dreunend geluid! We zijn erbij voorbij! En staan allebei te trillen op onze benen van de spanning. Dat was close. Hoe kunnen we ons zo vergissen. Dit mag en zal nooit meer gebeuren.

00.00 uur. De golven hebben zich verder opgebouwd en de wind trekt verder aan. Ik besluit dat we zeil moeten minderen. Op het moment dat we het actieplan bespreken, is de aandacht op het roer verslapt. Een grote golf van achterop laat ons een slinger maken naar stuurboord. We varen op gijpkoers met de wind vrijwel recht van achteren. Uit voorzorg hebben we de giek met een bulletalie aan het dek bevestigd, om te voorkomen dat de giek bij een ongewilde gijp met veel geweld de andere kant op klapt. Door de plotselinge slinger van het schip, komt nu de wind van de andere kant in de zeilen. De bulletalie voorkomt dat de giek omklapt (het systeem werkt), maar kan niet voorkomen dat het grootzeil zich met wind vult, zo ook de nog volledig gevoerde genua. In luttele seconden helt de boot sterk naar links over; we voelen direct de volle kracht van de wind die met 25-30 knopen blaast. Binnen rolt er van alles door de kajuit. Snel nadenken en snel handelen is noodzaak. Het schip terugdraaien is geen optie. Door de druk in de zeilen reageert het schip niet op het roer. Dan de volgende acties: met vereende kracht rollen we de genua binnen. Door onze kotterstag kan dit zeil namelijk niet vrijelijk naar de lijzijde wapperen. Daarna direct de motor starten en op de motor tegen de golven in door de wind draaien. Overstag gaan is de enige veilige optie. De bulletalie zit voor op het schip vast en kan niet vanuit de kuip worden losgemaakt. Dat moet in de toekomst anders. Deze manoeuvre gaat gelukkig goed. We gaan alsnog het zeil minderen oftewel het grootzeil reven. Enigszins geschrokken van de harde wind (die vóór de wind minder hard voelt dan tegen wind) besluit ik om meteen twee reven in het grootzeil te zetten. Een verstandig besluit, blijkt later. Het voorzeil is op een puntje na ingerold. Door de kracht in het zeil zit dit echter zo strak opgerold dat het laatste puntje niet meer wil inrollen. Dit is niet zo'n probleem. Dit puntje is eigenlijk wel prettig.

We besluiten de motor op een laag toerental mee te laten draaien om zo stroom te genereren voor onze accu's. De radar kunnen we dan ook continu aan laten staan.

01.30 uur. We varen nog steeds met 2 riffen in het grootzeil, een puntje voorzeil en de motor op 1500 toeren. De wind lijkt zich te stabiliseren op 20 knopen. Op de radar verschijnen achter ons, circa 4 mijl afstand, zwarte vlekken. Deze zwarte vlekken zijn regenbuien waartegen de echo van de radar weerkaatst. Dit moeten forse buien zijn, want het is zwartzwart. In de verte zien we bliksemflitsen. De zwarte vlekken op de radar breiden zich uit en zijn nu rechts én achter ons. We hebben het nu nog droog, maar ik trek uit voorzorg wel alvast mijn zeilpak aan. De bliksem is nu heel frequent, maar lijkt vooral horizontaal door de lucht te schieten; geen bliksemstralen naar beneden (gelukkig). Dan begint het te regenen. Eerst een beetje, maar al snel dikke druppels en heel veel. Het hoost van de lucht. Martine is bang voor bliksem en blijft binnen. Trouwens, buiten had ze toch niet veel kunnen doen behalve zeiknat worden. De ingang van de kuip naar de kajuit (de achterdeur) hebben we dichtgemaakt om inregenen te voorkomen. Ik sta achter het roer. Dan komt de wind. Door de regen heen hoor ik hem komen. Het enige dat ik kan zien zijn de meters in de kuip: windrichting en windsnelheid. En als het bliksemt kan ik door de verlichting van de flitsen de zee zien. De wind raakt ons en de boot loeft op. Ik wil 'm voor de golven houden en hang letterlijk aan het roer om tegen te sturen. De windsnelheidsmeter loopt op: 30 knopen (= krappe 7), 35 knopen, 40 knopen (= dikke 8) , 45 knopen (= kracht 9). Hij blijft steken op 45 knopen. Inmiddels heb ik de boot weer op koers en eigenlijk gaat het sturen heel soepel. Ondanks de enorme kracht van de verschillende natuurelementen is ze in balans. Hard werken, alert blijven, maar we blijven op koers met de kont op de golven. Onze snelheid loopt op naar een steady 8 knopen. Martine maakt zich binnen nuttig door de radar in te gaten te houden op ander scheepvaartverkeer en let op de koers. Zo af en toe steekt ze even haar hoofd uit het luik om mij een update te geven. Later vertelt ze dat tijdens de onweersbui het scherm rondom onze positie pikzwart was. In het licht van de bliksemschichten zie ik de zee. Hoge golven, maar nog niet angstwekkend. Het schip houdt zich goed. Een uur lang varen we in de onweersbui. De windmeter geeft continu tusen de 40-45 knopen aan. En dat voor de wind weglopend...... Dan waait de bui over. Achter ons wordt een sterrenhemel zichtbaar. Links en rechts van ons blijft de bliksem de hemel verlichten, maar wij hebben het ergste gehad, denken we.

03.00 uur. De wind lijkt na de onweersbui te minderen. Een tijdje waait het 20 knopen. De zee heeft zich echter wel verder opgebouwd. De golven worden hoger en hoger en zo hier en daar breken de golven. We zien ze niet, maar horen ze wl. De wind is weer aangetrokken en blaast nu met 25-30 knopen. Martine pakt het roer en ik ga even liggen. In de kuip, zodat Martine niet alleen blijft. Vóór de onweersbui hebben we onze ankertjes -automatische reddingsvesten- aangedaan. De lifelines hebben we nu ook voortdurend aangehaakt, ook in de kuip.

04.00 uur. De wind blijft toenemen en de golven worden nog immer hoger. We hebben nu voortdurend brekende zeeën om ons heen. We zijn eigenlijk blij dat we ze door het donker van de nacht niet kunnen zien; dat zou alleen meer angst in kunnen boezemen. Zo nu en dan breekt een golf, terwijl we er midden in zitten. We horen dan het gigantische bruizen en zien alleen maar wit water om ons heen. We surfen van de golven af met dik 9 knopen snelheid. Af en toe krult zo'n breker op ons achterdek. De kuip blijft gelukkig zo goed als droog. De golven schat ik inmiddels in op 5 a 6 meter. Ons doel, Torrevieja, komt dichterbij. Eigenlijk te snel. Als we met deze snelheid doorvaren, dan komen we aan voordat het licht is. En dat is niet handig. Beter gezegd is het ronduit gevaarlijk om met een dergelijke harde wind en hoge golven een onbekende haven aan lager wal in het donker aan te lopen. Het zal erom gaan spannen of we bij daglicht Torrevieja kunnen aanlopen.

05.00 uur. Ik sta achter het roer. We koersen nog steeds op Torrevieja aan. ETA (estimated time of arrival) is 07.15 uur. Zo rond die tijd wordt het ook licht. Mijn aandacht verslapt even, een grote golf en we maken een slinger. De wind klapt van de andere kant in het grootzeil. De bulletalie voorkomt weer dat de giek omklapt. Deze ongewenste manoeuvre is niet zo heel lastig weer te herstellen daar we slechts een puntje voorzeil hebben staan en in het grootzeil twee riffen zitten. Ik draai terug en het zeil klapt weer terug. Wel met een harde klap. Ik kijk door het met zout besmeurde raampje in de biminitop en zie een zwarte vlek in het zeil. Het zal de grote ARCvlag wel zijn die tegen het zeil waait, denk ik.

06.00 uur. We varen op de kust af. Nog ongeveer 9 mijl te gaan. De golven zijn nu angstaanjagend. De zee is woest. Bij iedere golf wordt het schip van achteren opgetild en surfen we de diepte in. We zien het lichtschijnsel van het land, maar even snel verdwijnt het weer achter een muur van water. De golven zijn zo hoog dat het toplicht van een ander zeiljacht dat we zien (de enige) regelmatig geheel verdwijnt. Met regelmaat horen we extreem hoge golven aankomen. Ze moeten zeker een meter of 8 hoog zijn. Eén van ons kijkt en luistert naar de achterop komende golven. We moeten onze kont tenslotte op de golven houden. Soms worden we in de bruisende massa opzij gezet door golven die wat meer van opzij komen. Een voordeel van ons ondiep stekende kiel is dat we daadwerkelijk opzij gezet worden. Met een diep stekende kiel zouden we waarschijnlijk platgegaan zijn en overspoeld worden door de metershoge schuimmassa.

De wind is aangetrokken en staat nu continu tussen de 30-35 knopen (voor de wind varend). We moeten gijpen om op Torrevieja te kunnen aansturen. Ik schijn met een felle schijnwerper op het grootzeil. Onze verbazing is groot als we een groot gapend gat zien in het zeil. Het zeil is gescheurd en hoe! Het zwarte gat of de "vlag" die ik dacht te zien, blijkt in werkelijkheid een grote scheur in het zeil te zijn van achterlijk tot voorlijk ongeveer 2 meter onder de top. Ik klik me vast aan de lifeline die over het dek loopt en ga het dek op om het zeil geheel te strijken. Dat hadden we natuurlijk al veel eerder moeten doen. In het schijnsel van het deklicht lukt dit gelukkig zonder al te veel moeite. Alleen op het puntje genua na (het yawlzeil hebben we vlak na de onweersbui al gestreken) gaan we nog steeds 6,5 knoop. De zee is verschrikkelijk. Barbaars hoge golven. Onze iets lagere snelheid zorgt er wel voor dat we Torrevieja in daglicht kunnen aanlopen.

07.00 uur. Het wordt niet minder. We zijn allebei gespannen, misschien een beetje bang, maar hebben wel het gevoel controle te hebben. De adrenaline houdt ons op de been. Slaap voelen we nog niet, vermoeidheid wel. We moeten het lichtsignaal op de breakwater van de haven zien te ontwaren in alle lichtjes van de stad. We hebben met elkaar afgesproken dat als we dit licht niet vinden, oftewel als we de ingang niet op tijd kunnen zien, dat we dan doorvaren naar Carthagena, 45 mijl verderop: dan verleggen we onze koers en varen we vlak onder de kust met ruime wind naar veiliger oorden. Wij zijn 3 mijl uit de kust en zien de kustlijn duidelijk. Maar pas op 1 mijl afstand kunnen we de breakwater goed onderscheiden en openbaart de haveningang zich. Nog 15 minuten varen en de zon komt op. We maken nog steeds geweldige schuivers op de golven. En dan draaien we de breakwaters binnen en is er opeens rust en vlak water. We hebben het gehaald!

08.00 uur. Na wat -gewenste- babylonische spraakverwarring met iemand van de Marina draaien we uiteindelijk achteruit richting onze plek aan de steiger. Een gewaagde manoeuvre daar de wind op de zijkant blaast. Maar, met de laatste vereende krachten van Martine blijven we met de punt vrij van onze buurman, een grote motorcruiser. Als we de motor uitzetten, horen we Tico zingen. Hij ontwaakt net zoals elke ochtend, zingend. Alsof het voor hem een nacht als alle andere nachten is geweest. We hebben het natúúrlijk gehaald!

Nabeschouwing. Het natuurgeweld was heftig, zwaar, indrukwekkend en bij tijd en wijle beangstigend. En ook onverwacht. Niet aangekondigd op de weersvoorspellingen. De hoogte van de golven is moeilijk in te schatten, maar onze waarneming wordt later gestaafd door anderen. Verschrikkelijke zeeën. Korte, zeer hoge brekende golven. We horen later dat we in een vreselijke 'electrical storm' gezeten hebben.  Vandaar de horizontale bliksem. De boot kon dit geweld prima handelen. Gedurende de gehele nacht hebben we ons voor wat betreft het schip geen moment onveilig gevoeld. Hoewel het 's nachts hartstikke donker is, zijn we in een bepaald opzicht ook blij dat we deze gebeurtenis in de nacht hebben moeten ervaren. Tico heeft nl. de gehele nacht geslapen; we hadden geen acute zorg voor hem. Voorts zijn dit de momenten waarop wij de verantwoordelijkheid en zorg voor onze zoon in alle heftigheid voelen; hij is van ons afhankelijk. Wij hebben niet alleen ons eigen vege lijf te redden in het slechtst denkbare scenario, maar ook dat van hem. En dat maakt  -met name Martine- soms bang. 

Natuurlijk zitten er ook positieve dingen aan een dergelijke ervaring: het heeft ons wakker geschud uit een zekere gemakzucht die na 5 maanden onafgebroken varen over ons heen was gevallen. Het heeft een negatieve spiraal van aanhoudende vermoeidheid en lamlendigheid doorbroken en omgezet in nieuwe energie en spirit. Het heeft ons iets geleerd over onszelf: hoe reageren en handelen we in moeilijke omstandigheden. In dergelijke omstandigheden hebben wij voortdurend onze grenzen verlegd en ons aangepast aan wat ons ten deel viel. Was bijvoorbeeld Martine aan het begin van de avond nog bang voor bliksem, toen we eenmaal midden in de onweersbui zaten, was er geen tijd om bang te zijn. Er moest gehandeld worden en dat deed zij. En ik bleef in elke nijpende situatie nuchter en beheerst genoeg om eerst na te denken over wat onze volgende handeling zou moeten zijn. Ook weten we dat we meer aankunnen. Als we de haveningang niet op tijd hadden kunnen vinden, dan waren we 45 mijl verder gegaan. En dat zouden we ook hebben gehaald. Samen vormen we -ook onder deze omstandigheden- een goed team. Desondanks hoop ik dat deze eerste storm tevens onze laatste is tijdens dit zeilavontuur.

Coos Keijser

Foto's ontbreken bij dit verslag. In de donkere nacht en de woeste zee was het onmogelijk foto's te nemen.