Terug naar Logboek

Terug naar hoofdpagina
arclaspalmas2320112001.jpg (76251 bytes)

Vertrek vanaaf Las Palmas.

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

arclaspalmas2420112001.jpg (83314 bytes)

Martine en Tico blijven achter...

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

benoversteek.jpg (57916 bytes)

Gespannen gezichten gedurende de eerste zware dagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

elynstuurwiel.jpg (71141 bytes)

Gelukkig veranderde de spanning weldra in meer ontspannen houding. De steeds aangenamere temperaturen hielpen daarbij.

 

 

 

 

 

nicovis2.jpg (73968 bytes)

Dorado! 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

nicovis.jpg (83896 bytes)

Het binnenhalen van de vissen werd op een gegeven moment onderdeel van de dagelijkse routine!

 

 

 

 

 

sinterklaasoversteek.jpg (74326 bytes)

Sinterklaas aan boord!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zeilreparatieoversteek.jpg (72132 bytes)

Zeilreparatie. De naden van de stagfok zijn doorgesleten en moeten opnieuw gestikt worden.

 

 

 

 

 

nicostuurwiel.jpg (66087 bytes)

Tot aan de laatste dag zijn we gesteisterd door zware wind en heftige squalls.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zonsondergang.jpg (58608 bytes)

Dramatisch mooie zonsondergang op de Atlantische oceaan. Zo hebben we er 19 gezien...

 

 

 

 

 

 

 

benoverpeinzing.jpg (63359 bytes)

Land in zicht! St Lucia verschijnt tussen de wolken door.

 

 

 

 

 

 

 

 

welkomstlucia.jpg (62670 bytes)

Ontvangst op het water. Martine, Tico en de bemanning van de Exuberance trotseren de stromende regen om ons binnen te halen!

 

 

 

 

 

 

 

aankomststlucia.jpg (81128 bytes)

Weerzien op de wal.

Champagne, rumpunch, meer champagne en nog veel meer...

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

marigotbay.jpg (68094 bytes)

Onze dromen zijn uitgekomen. Dit is de Carieb, palmbomen, idyllische baaien, azuurblauw water en zon!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 De Atlantische oversteek – verslag van de schipper

Iedere tocht die je met een zeilschip maakt is weer anders. Het weer, de zee, de omgeving zijn veranderlijke factoren die iedere tocht een eigen karakter meegeven. Tegelijkertijd is ook iedere tocht hetzelfde, je blijft tenslotte van punt A naar punt B varen met je boot over het water. Over geen enkele tocht is zoveel geschreven als over de Atlantische oversteek. In al deze verhalen lees je ook dat iedere Atlantic crossing een eigen karakter heeft. Onderstaand heb ik mijn ervaringen van deze oversteek opgetekend.

Columbus en de ARC  

Christopher Columbus heeft vele jaren geleden als eerste deze tocht gevaren. De route die hij toen heeft afgelegd geldt nu nog steeds als de klassieke ‘tradewind’ route, ofwel de route die voor zeiljachten het meest voor de hand ligt. ‘Vaar zuid tot de boter smelt en vaar dan pas naar de West’ is een gezegde dat veel gebezigd wordt. In modernere termen wordt vaak het waypoint 25 N 25 W gebruikt als afslagpunt naar de West. In de voorbereidende dagen voor vertrek is in de verschillende seminars die door de Atlantic Rally for Cruisers (ARC) zijn georganiseerd deze route ook aanbevolen voor de deelnemende schepen. De wind en de stroming zijn (volgens de boekjes) op deze route het meest gunstig voor zeiljachten.

Wij wilden onze eerste oceaanoversteek vooral veilig maken, geen risico’s nemen, en kozen derhalve ook voor de klassieke tradewind route.  

25 november 2001

De dag van vertrek was een spannende, maar gelukkig geen hectische dag. De weken die de boot in Las Palmas heeft gelegen, hebben we goed gebruikt voor een optimale voorbereiding. Op de vertrekdag was er dus niet zoveel meer te regelen. Zelfs het uitklaren bij de douane was de dag daarvoor al gebeurd. De uren wachten in een lange rij met allemaal uitklarende schippers zal me nog lang heugen... Een van de eerste acties de ochtend van vertrek was om Martine in te checken bij het hotel waar zij haar tijd met Tico zou doorbrengen in afwachting van haar vlucht naar Nederland. Om ons heen op de steiger was het een drukte van belang met bemanningen van alle schepen die de laatste dingen nog moesten regelen. Wij gingen op ons dooie gemak naar het hotel in de wetenschap dat onze bemanning de boot vol zou tanken met water, de huiken zou verwijderen en vervolgens de gespannen sfeer in de haven zou innemen.

De spanning neemt toe...

Na onze terugkomst was de drukte in de haven en op de steigers alleen maar toegenomen. De eerste boten waren al op weg naar de havenuitgang, en de steigers werden inmiddels bevolkt door achterblijvers, fotograven, en andere toeschouwers. Natuurlijk was ook bij ons de spanning gestegen. We waren dan ook blij toen we de landvasten eindelijk los konden gooien en opbergen in de bakskisten. Die zouden we in ieder geval de komende weken niet meer nodig hebben. Met een brok in mijn keel zijn we de haven uitgevaren, Martine en Tico achterlatend op de steiger. Raar idee dat zij de komende weken totaal andere avonturen zouden beleven dan wij. Voor ons was het vooruitzicht eenvoudig: zee, zee en nog eens zee.  

En dan is het zover!

Eenmaal buiten de havenmond was het een gekrioel van de ruim 200 schepen die zich klaarmaakten om te starten. Het was een vliegende start met een heel brede startlijn, om gedrang te voorkomen. Wij zijn in de middenmoot gestart. Het heeft niet zoveel zin om in een rally – geen race – van ongeveer drie weken schade te riskeren door voorin te willen starten en daarmee misschien een paar minuten te winnen. De start was geweldig. Ongelofelijk mooi gezicht om 200 boten onder zeil te zien, aan de start van een oceaantocht van circa 3 weken.

Het weer was aardig opgeklaard, half bewolkt met redelijk wat zon en een stevige wind, bij de start 15 tot 20 knopen (windkracht 4 tot 5). Wij spoten vooruit onder vol tuig: grootzeil, yawlzeil en volle genua. De eerste uren waren prachtig. De vloot is dan nog redelijk dicht bij elkaar en het is leuk om onderlinge wedstrijdjes met andere schepen te varen.

Aan het eind van de middag bereikten we de zuidkant van het eiland en trok de wind aan. Nog voor het donker kon invallen hebben we de zeilen dan ook gereefd. Ook de volle deining van de oceaan kreeg nu de ruimte. Flinke golven hadden zich  de afgelopen week kunnen opbouwen door harde wind die al een tijdje waaide.

Record!

Die eerste dag en nacht hebben we ons etmaalrecord gevaren: 168 mijl. De nacht was bijzonder ruig. Hoge golven, veel wind, en teveel zeil, eisten hun tol. Het schip maakte forse bewegingen en de autopilot had het zwaar. Door de hoge golven maakten we enorme slingers in de koers en de autopilot probeerde hiervoor te corrigeren met flinke roerbewegingen. Geen van de bemanningsleden, inclusief mijzelf, kreeg veel slaap die nacht.

Inslingeren gaat niet vanzelf...

De volgende dag hebben we de zeilvoering veranderd voor zogenaamde olifantsoren: de genua uitgeboomd aan de ene kant en de stagfok uitgeboomd aan de andere kant. De wind bleef echter behoorlijk sterk, varieren tussen de 25 en 35 knopen. Uiteindelijk hebben we de eerste 4 dagen onder deze omstandigheden doorgebracht. De sfeer aan boord was gelukkig goed, maar die 4 dagen zijn loodzwaar geweest voor een ieder. We waren nog niet voldoende ingeslingerd om ons echt lekker te voelen en dat werd nog eens verergerd door een gebrek aan slaap. Vooral Ben en Nico hadden het zwaar die eerste dagen. Zwaar zeeziek zijn ze gelukkig niet geworden, maar de vissen zijn wel gevoerd die dagen!

En het "slingeren" blijft...

Ondertussen schoten we wel behoorlijk op, met daggemiddelden van circa 150 tot 160 mijl. Het schip gaf ook geen krimp, maar moest zich wel overgeven aan een voortdurende rolbeweging, veroorzaakt door de hoge en soms brekende golven. Met name in de kajuit was de herrie veroorzaakt door het rollen zeer onaangenaam. Bij iedere rol schoof alles wat maar enigszins los zat van zijn plek. Boeken, blikjes, potjes, pannetjes, servies, alles schoof heen en weer en maakte een oorverdovend kabaal. Het proberen vast te zetten van de spullen was een onmogelijke opgave – teveel en te moeilijk te bereiken.

Deze eerste dagen liggen vooral in mijn herinnering als dagen die we aan het uitzitten waren. We konden niets, lamgeslagen door de heftige bewegingen van de boot, we aten nog niet zoveel om onze magen niet teveel over te belasten, sliepen slecht, en hadden het vooruitzicht dat we nog circa 2400 mijl moesten varen. De kop was er dan wel af, maar het einde was nog lang niet in zicht. Alle voorgaande langere tochten die ik met Martine heb gemaakt waren te overzien. Een kop en een staart: 3 dagen, 5 dagen of 7 dagen varen. Het eindpunt vaak op de kaart al in zicht. Zo niet op deze tocht. Nog teveel mijlen varen om er een goede voorstelling bij te hebben, en de posities op de kaart bleven angstvallig dicht bij ons vertrekpunt Gran Canaria. St. Lucia, ons eindpunt, bestond alleen nog maar in onze dromen.

Sportief zeilen?!

De wind die we aan het begin van onze tocht over ons heen kregen, was kenmerkend voor de gehele tocht. Vrijwel continu bleef de wind waaien met een kracht variërend tussen de 20 en 30 knopen met uitschieters tot circa 40 knopen in squalls (regenbuien). Na de eerste dagen besloten we dan ook om niet te wachten tot de boter smelt, maar vast een meer westelijke, rechtstreekse koers aan te houden. De afstand tot St. Lucia werd daarmee wat verkort en het had geen zin om de tradewinds op te zoeken als we op onze hoogte ook al meer dan voldoende wind hadden.

Na die eerste dagen begonnen we ons allemaal veel beter te voelen. De katterigheid was volkomen verdwenen en de eetlust geheel terug. Echter geen van ons allen heeft ooit kunnen wennen aan het voortdurende rollen van het schip. Iedere activiteit vereiste een dubbele inspanning omdat we ons voortdurend moesten weren tegen de altijd onverwachte rolbewegingen van het schip.

Mannen zijn jagers!

Ondertussen hadden we wel de vislijn tevoorschijn gehaald en ons gloednieuwe en zeer futuristisch uitziend aas aan de lijn overboord gegooid. Het aas bestond uit een rubber squid (inktvis) van zo’n 20 centimeter, opgesierd door prachtig gekleurde kraaltjes. Dat de vissen dat wel konden waarderen bleek al snel. De eerste vis die op ons aas hapte, hebben we met veel enthousiasme binnengehaald. Het bleek een forse Dorado te zijn van circa 1 meter. We hebben hem langszij het schip kunnen krijgen, echter op het moment dat we hem aan boord wilden zwaaien schudde hij zich los van de haak. De oerkreet die zowel Ben als ik geslaakt hebben vertaalde ons gevoel dat we onze eerste vis op deze manier verloren. Mannen zijn jagers, en dit schouwspel vertoonde de ultieme verifiëring van deze uitspraak.

Gelukkig was dit voorval slechts gevolg van onze onervarenheid. De volgende vissen hebben we met meer succes binnengehaald en op het achterdek kunnen brengen. Gemiddeld hebben we 1 vis per dag binnengehaald. We hebben vrijwel uitsluitend Dorado gevangen. Een prachtige vis, goudgeel gekleurd als hij uit het water komt en vervolgens veranderd van kleur, in blauw, paars en vervolgens grijsbruin. We fileerden deze vis, waarna we heerlijke stukken biefstuk overhielden. Eén Dorado was goed voor minimaal twee maaltijden voor ons vieren. Tweemaal hebben we een andere vis gevangen, die volgens ons vissenboek de gemene wolfsvis heet. En zo zag hij er ook uit. Circa 1 meter lang, dun en met een gemene kop en een grote bek met tanden van 1 tot 2 centimeter lang. Deze jongens zijn niet in de pan beland, maar hebben we direct teruggegooid in de oceaan.

Maar sommige mannen zijn óók bramenplukkers... 

Het eten op deze tocht verdiend speciale aandacht. Ik had Ben gevraagd om als kok aan boord te functioneren. En die taak nam hij zeer serieus en volbracht hij met volle overgave. Ik had vooraf al aangegeven dat het eten op deze tocht voor iedere dag het hoogtepunt zou zijn. Een moment om naar uit te kijken op de voor het overige veel op elkaar gelijkende dagen. Wel, en hoogtepunten heeft hij ervan weten te maken. Onder de zeer moeilijke, rollende omstandigheden heeft hij de meest prachtige en heerlijke maaltijden uit de keuken tevoorschijn kunnen toveren. Vaak kwam hij zwetend en wat witjes terug uit de keuken en was hij voor de rest van de avond gevloerd, maar de resultaten mochten er dan ook zijn. De vis die wij deze reis hebben gegeten was zo vers (vangen, fileren en direct de pan in) en zo heerlijk bereid als ik nog nergens eerder heb meegemaakt. Daar kan nog menige chef een puntje aan zuigen. Hulde aan de kok!

Na een paar dagen dachten we de optimale zeilvoering gevonden te hebben: Genua uitgeboomd, grootzeil met drie reven met bulletalie vastgezet, en de stagfok hard aangetrokken. Dat laatste om het rollen te verminderen. Tijdens squalls konden we snel en effectief zeil verminderen door de genua in te rollen. Op deze manier was het schip goed in balans, hoefde de stuurautomaat niet al te hard te werken en konden we squalls tot zo’n 40 knopen zonder problemen aan. Na circa 1 week op deze manier te hebben gevaren bleek dat de stagfok het niet prettig vond om tegen de stagen aan te schuren. Het stiksel op de naden had het begeven op de plek waar het zeil de verstaging raakte. Nico en ik zijn 1 dag in de weer geweest met naald en draad om het zeil te herstellen, hetgeen prima lukte. Uiteraard hebben we het zeil daarna niet meer op dezelfde manier gebruikt, maar zijn we doorgevaren op uitgeboomde genua en gereefd grootzeil. 

Zoals Ben een specifieke taak had voor de inwendige mens te zorgen, hadden Elyn en Nico ook elk een "taak". Nico deed samen met mij het benodigde dekwerk. Vooral in het begin was het zoeken naar de juiste zeilvoering en dus werden veelvuldig de zeilen gewisseld. Elyn was op dergelijke momenten de nauwkeurige roerganger. Voor wat betreft het wachtlopen nam Nico zijn (echtelijke?) verantwoordelijkheid serieus: als het stikdonkere en squally nachten waren hield hij Elyn gezelschap tijdens de nachtelijke wacht. En Elyn was altijd bereid koele colaatjes uit de ijskast te halen voor haar mede-zeilers. Dit lijkt een eenvoudig en niet vermeldingswaardige klus, maar op een rollend schip is het een prestatie slechts cola uit de "voorlader"- ijskast te halen i.p.v. de gehele inhoud over de grond te krijgen. Hulde aan Nico en Elyn: ervaren zeilers, oceaanzeilers!

Onvergetelijk verjaardagscadeau voor Elyn!

Ondanks alle vis die we hebben weten te vangen hebben we maar weinig leven in de zee gezien. Eénmaal, op de verjaardag van Elyn hebben we dolfijnen gezien, die een halfuur in grote getale met onze boot meezwommen. Ongelooflijk dat deze mooie beesten juist de verjaardag van Elyn uitgekozen hadden voor hun bezoek. Een verjaardagscadeautje dat ze niet snel vergeten zal.

Life at sea!

De dagen werden langzaam maar zeker gekenmerkt door een vast ritme. ’S Ochtends om een uur of 9.00 was iedereen present voor gezamenlijk ontbijt in de kuip. Meestal betekende dit jongleren met bordjes en koffiemokken om alles op de kuiptafel te houden. Tijdens het ontbijt werden ook de belevenissen van de afgelopen nacht doorgenomen. De hoeveelheid squalls, wind, regen en andere wetenswaardigheden als hoe vaak iemand uit zijn bed gerold was passeerden de revue. Om 9.00 uur noteerden we ook de positie in de kaart, met een kruisje zodat we ook konden zien wat onze voortgang was. Na het uitgebreide ontbijt noteerden we de 12.00 uur positie om later die middag door te geven aan de rally leiding. Die zorgde er vervolgens voor dat de posities op het internet geplaatst werden, zodat de achterblijvers dagelijks de voortgang van de schepen konden volgen. Voor Martine betekende dit dagelijks (voor het slapen gaan) een kwartiertje achter de PC om geruststellend te zien dat de CANDIDE weer een stukje verder gekomen was. Om 13.00 uur noteerden we nogmaals de positie om uit te rekenen wat ons daggemiddelde was. Iedere keer hebben we geprobeerd om ons etmaalrecord te breken. Een paar keer zijn we dichtbij gekomen (166 mijl), maar die eerste nacht bleef de snelste.

Vervolgens verdween ik om 14.00 uur achter de SSB zendontvanger, het apparaat dat we in Las Palmas geïnstalleerd hadden om ook over lange afstand te kunnen communiceren. Iedere dag op dat tijdstip communiceerden we met andere ARC schepen, gaven we onze positie door, vergeleken die met de andere schepen en luisterden we naar de weerberichten die speciaal voor de ARC vloot werden uitgezonden. Iedere dag weer concludeerden we dat we het helemaal niet slecht deden. Na het dagelijkse radionet zat de bemanning al op me te wachten om ook geïnformeerd te worden over de besproken onderwerpen. Vervolgens was er een uurtje ‘rust’, waarna de kok de keuken in klom om het eten voor te bereiden.

’s Avonds lieten we de wachten om een uur of 21.00 uur ingaan, wachten van 2 uur die grotendeels in de kuip werden doorgebracht. De eerste 2 weken hebben we kunnen genieten van de maan die aan de sterrenhemel stond en de zee prachtig verlichtte. De laatste week liet de maan het voor ons echter afweten en voeren we door pikdonkere nachten. Met name als de hemel bewolkt was zagen we geen hand voor ogen. Met een onbewolkte hemel konden we echter genieten van de meest pure en zuiverste sterrenhemel ter wereld. Geen enkel lichtstraaltje in de verre omtrek kon ruis veroorzaken op onze sterrenhemel.

Toeval of telepathie?

Via de SSB zendontvanger hadden we ook dagelijks contact met onze Amerikaans/Franse vrienden van de Exuberance. Op een van deze chatkwartiertjes deed het wonderlijke toeval zich voor dat terwijl ik aan de SSB zat te praten met de Exuberance de Sateliettelefoon van de Exuberance overging en Martine vanuit Nederland aan de lijn zat. Toeval of hebben we elkaar aangevoeld? Helaas konden we niet ‘doorverbonden’ worden, dus Candace moest fungeren als tussenstation.

McKeijserGyver

Gedurende de hele overtocht hebben we nauwelijks schade of pech gehad. Zo’n 4 dagen voor aankomst begaf een 12 mm dikke roestvrijstale bout van de autopilot het. Finaal doormidden geknapt vanwege de enorme krachten die er op het roer en dus de autopilot stonden. Het vooruitzicht om 4 dagen te moeten motoren, stond ons niet bepaald aan, zeker niet in de donkere nachten, dus met grote ijver hebben we gewerkt om het euvel te verhelpen. Uit de gereedschapskist en de reservematerialen werd een vervangende bout gemaakt. De eerste reparatie hield het een halve nacht uit, om vervolgens ook de geest te geven. De tweede reparatie was succesvoller en houdt tot de dag van vandaag stand.

De laatste loodjes....

De laatste week varen waren keken we allen uit naar onze eindbestemming. De dagen duurden lang, werden meer van hetzelfde en eigenlijk hadden we het allemaal wel gehad. De laatste loodjes wegen het zwaarst, zo bleek echter ook op deze tocht. De laatste nacht werd een van de slechtste nachten van de gehele tocht. Het begon ’s avonds om een uur of  negen met een enorme squall met veel wind en hozende regen. Anders dan andere squalls duurde deze bui circa 2 uur. 2 Uren waarin het zicht beperkt was tot een paar meter. Deze squall was de voorbode van een nacht met voortdurende squallactiviteiten; hoge zeeën, veel regen en wind. Maar het was de laatste nacht dus we konden dit alles wel hebben.

Regen, harde wind en nog eens regen!

De aankomst om circa 12.00 uur ’s middags zag er dan ook wat anders uit dan we ons hadden voorgesteld. Geen stralend zonnetje en zachtjes wuivende palmen, maar dikke regen met 40 knopen wind. Onder driemaal gereefd grootzeil en een half uitgerolde genua zijn we St. Lucia aangevaren. Eenmaal in de lij van het eiland waren de golven gelukkig verdwenen, maar was de regen en wind zo hard dat we het finishschip slechts met zeer veel moeite konden vinden.

Weerzien!

Uit de regen doemde plotseling een dinghy op met een aantal doorweekte mensen erin. Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik kon zien dat het de dinghy van de Exuberance was, met daarin de complete familie plus.... Martine en Tico! In de hozende regen waren zij ons tegemoet gevaren om ons welkom te heten. Van een afstandje kon ik Tico horen roepen "Pappa, Pappa" en "Opa, Opa".!! Het kleine mannetje zat klappertandend van de kou doorweekt bij Martine, maar wist direct toen hij de boot zag dat het ‘zijn’ CANDIDE-boot was met Pappa en Opa aan boord. Eenmaal op de steiger hebben we onze aankomst uitgebreid gevierd met champagne, rumpunch, meer champagne, vers gebakken chocolate cake cookies en felicitaties en omhelzingen.

We waren er, het zat erop. 19 Dagen heeft de CANDIDE erover gedaan om de oceaan over te steken naar een nieuwe wereld. De oversteek was een zware, gekenmerkt door veel wind en hoge, warrige golven. Niet bepaald de rustige oversteek op oceaandeining zoals ons door zovelen was voorgehouden. Iedere oversteek is anders, zo blijkt ook weer uit dit verhaal...