| Terug naar hoofdpagina | ||
Vertrek vanaaf Las Palmas.
|
|
|
|
Martine en Tico blijven achter...
|
|
|
Gespannen gezichten gedurende de eerste zware dagen.
|
||
|
|
Gelukkig veranderde de spanning weldra in meer ontspannen houding. De steeds aangenamere temperaturen hielpen daarbij.
|
|
![]() Dorado!
|
|
|
![]() Het binnenhalen van de vissen werd op een gegeven moment onderdeel van de dagelijkse routine!
|
||
![]() Sinterklaas aan boord!
|
||
|
|
![]() Zeilreparatie. De naden van de stagfok zijn doorgesleten en moeten opnieuw gestikt worden.
|
|
![]() Tot aan de laatste dag zijn we gesteisterd door zware wind en heftige squalls.
|
|
|
|
|
![]() Dramatisch mooie zonsondergang op de Atlantische oceaan. Zo hebben we er 19 gezien...
|
|
Land in zicht! St Lucia verschijnt tussen de wolken door.
|
|
|
![]() Ontvangst op het water. Martine, Tico en de bemanning van de Exuberance trotseren de stromende regen om ons binnen te halen!
|
||
![]() Weerzien op de wal. Champagne, rumpunch, meer champagne en nog veel meer...
|
|
|
|
|
![]() Onze dromen zijn uitgekomen. Dit is de Carieb, palmbomen, idyllische baaien, azuurblauw water en zon!
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||
|
De Atlantische oversteek – verslag van de schipper Iedere
tocht die je met een zeilschip maakt is weer anders. Het weer, de zee,
de omgeving zijn veranderlijke factoren die iedere tocht een eigen
karakter meegeven. Tegelijkertijd is ook iedere tocht hetzelfde, je
blijft tenslotte van punt A naar punt B varen met je boot over het
water. Over geen enkele tocht is zoveel geschreven als over de
Atlantische oversteek. In al deze verhalen lees je ook dat iedere
Atlantic crossing een eigen karakter heeft. Onderstaand heb ik mijn
ervaringen van deze oversteek opgetekend. Columbus
en de ARC
Christopher
Columbus heeft vele jaren geleden als eerste deze tocht gevaren. De
route die hij toen heeft afgelegd geldt nu nog steeds als de klassieke
‘tradewind’ route, ofwel de route die voor zeiljachten het meest
voor de hand ligt. ‘Vaar zuid tot de boter smelt en vaar dan pas naar
de West’ is een gezegde dat veel gebezigd wordt. In modernere termen
wordt vaak het waypoint 25 N 25 W gebruikt als afslagpunt naar de West.
In de voorbereidende dagen voor vertrek is in de verschillende seminars
die door de Atlantic Rally for Cruisers (ARC) zijn georganiseerd deze
route ook aanbevolen voor de deelnemende schepen. De wind en de stroming
zijn (volgens de boekjes) op deze route het meest gunstig voor
zeiljachten. Wij
wilden onze eerste oceaanoversteek vooral veilig maken, geen risico’s
nemen, en kozen derhalve ook voor de klassieke tradewind route. 25 november 2001 De
dag van vertrek was een spannende, maar gelukkig geen hectische dag. De
weken die de boot in Las Palmas heeft gelegen, hebben we goed gebruikt
voor een optimale voorbereiding. Op de vertrekdag was er dus niet zoveel
meer te regelen. Zelfs het uitklaren bij de douane was de dag daarvoor
al gebeurd. De uren wachten in een lange rij met allemaal uitklarende
schippers zal me nog lang heugen... Een van de eerste acties de ochtend
van vertrek was om Martine in te checken bij het hotel waar zij haar
tijd met Tico zou doorbrengen in afwachting van haar vlucht naar
Nederland. Om ons heen op de steiger was het een drukte van belang met
bemanningen van alle schepen die de laatste dingen nog moesten regelen.
Wij gingen op ons dooie gemak naar het hotel in de wetenschap dat onze
bemanning de boot vol zou tanken met water, de huiken zou verwijderen en
vervolgens de gespannen sfeer in de haven zou innemen. De spanning neemt toe... Na
onze terugkomst was de drukte in de haven en op de steigers alleen maar
toegenomen. De eerste boten waren al op weg naar de havenuitgang, en de
steigers werden inmiddels bevolkt door achterblijvers, fotograven, en
andere toeschouwers. Natuurlijk was ook bij ons de spanning gestegen. We
waren dan ook blij toen we de landvasten eindelijk los konden gooien en
opbergen in de bakskisten. Die zouden we in ieder geval de komende weken
niet meer nodig hebben. Met een brok in mijn keel zijn we de haven
uitgevaren, Martine en Tico achterlatend op de steiger. Raar idee dat
zij de komende weken totaal andere avonturen zouden beleven dan wij.
Voor ons was het vooruitzicht eenvoudig: zee, zee en nog eens zee. En dan is het zover! Eenmaal
buiten de havenmond was het een gekrioel van de ruim 200 schepen die
zich klaarmaakten om te starten. Het was een vliegende start met een
heel brede startlijn, om gedrang te voorkomen. Wij zijn in de middenmoot
gestart. Het heeft niet zoveel zin om in een rally – geen race – van
ongeveer drie weken schade te riskeren door voorin te willen starten en
daarmee misschien een paar minuten te winnen. De start was geweldig.
Ongelofelijk mooi gezicht om 200 boten onder zeil te zien, aan de start
van een oceaantocht van circa 3 weken. Het
weer was aardig opgeklaard, half bewolkt met redelijk wat zon en een
stevige wind, bij de start 15 tot 20 knopen (windkracht 4 tot 5). Wij
spoten vooruit onder vol tuig: grootzeil, yawlzeil en volle genua.
De eerste uren waren prachtig. De vloot is dan nog redelijk dicht bij
elkaar en het is leuk om onderlinge wedstrijdjes met andere schepen te
varen. Aan
het eind van de middag bereikten we de zuidkant van het eiland en trok
de wind aan. Nog voor het donker kon invallen hebben we de zeilen dan
ook gereefd. Ook de volle deining van de oceaan kreeg nu de ruimte.
Flinke golven hadden zich de
afgelopen week kunnen opbouwen door harde wind die al een tijdje waaide. Record! Die
eerste dag en nacht hebben we ons etmaalrecord gevaren: 168 mijl. De
nacht was bijzonder ruig. Hoge golven, veel wind, en teveel zeil, eisten
hun tol. Het schip maakte forse bewegingen en de autopilot had het
zwaar. Door de hoge golven maakten we enorme slingers in de koers en de
autopilot probeerde hiervoor te corrigeren met flinke roerbewegingen.
Geen van de bemanningsleden, inclusief mijzelf, kreeg veel slaap die
nacht. Inslingeren gaat niet vanzelf... De
volgende dag hebben we de zeilvoering veranderd voor zogenaamde
olifantsoren: de genua uitgeboomd aan de ene kant en de stagfok
uitgeboomd aan de andere kant. De wind bleef echter behoorlijk sterk,
varieren tussen de 25 en 35 knopen. Uiteindelijk hebben we de eerste 4
dagen onder deze omstandigheden doorgebracht. De sfeer aan boord was
gelukkig goed, maar die 4 dagen zijn loodzwaar geweest voor een ieder.
We waren nog niet voldoende ingeslingerd om ons echt lekker te voelen en
dat werd nog eens verergerd door een gebrek aan slaap. Vooral Ben en
Nico hadden het zwaar die eerste dagen. Zwaar zeeziek zijn ze gelukkig
niet geworden, maar de vissen zijn wel gevoerd die dagen! En het "slingeren" blijft... Ondertussen
schoten we wel behoorlijk op, met daggemiddelden van circa 150 tot 160
mijl. Het schip gaf ook geen krimp, maar moest zich wel overgeven aan
een voortdurende rolbeweging, veroorzaakt door de hoge en soms brekende
golven. Met name in de kajuit was de herrie veroorzaakt door het rollen
zeer onaangenaam. Bij iedere rol schoof alles wat maar enigszins los zat
van zijn plek. Boeken, blikjes, potjes, pannetjes, servies, alles schoof
heen en weer en maakte een oorverdovend kabaal. Het proberen vast te
zetten van de spullen was een onmogelijke opgave – teveel en te
moeilijk te bereiken. Deze
eerste dagen liggen vooral in mijn herinnering als dagen die we aan het
uitzitten waren. We konden niets, lamgeslagen door de heftige bewegingen
van de boot, we aten nog niet zoveel om onze magen niet teveel over te
belasten, sliepen slecht, en hadden het vooruitzicht dat we nog
circa 2400 mijl moesten varen. De kop was er dan wel af, maar het einde
was nog lang niet in zicht. Alle voorgaande langere tochten die ik met
Martine heb gemaakt waren te overzien. Een kop en een staart: 3 dagen, 5
dagen of 7 dagen varen. Het eindpunt vaak op de kaart al in zicht. Zo
niet op deze tocht. Nog teveel mijlen varen om er een goede voorstelling
bij te hebben, en de posities op de kaart bleven angstvallig dicht bij
ons vertrekpunt Gran Canaria. St. Lucia, ons eindpunt, bestond alleen
nog maar in onze dromen. Sportief zeilen?! De
wind die we aan het begin van onze tocht over ons heen kregen, was
kenmerkend voor de gehele tocht. Vrijwel continu bleef de wind waaien
met een kracht variërend tussen de 20 en 30 knopen met uitschieters tot
circa 40 knopen in squalls (regenbuien). Na de eerste dagen besloten we
dan ook om niet te wachten tot de boter smelt, maar vast een meer
westelijke, rechtstreekse koers aan te houden. De afstand tot St. Lucia
werd daarmee wat verkort en het had geen zin om de tradewinds op te
zoeken als we op onze hoogte ook al meer dan voldoende wind hadden. Na
die eerste dagen begonnen we ons allemaal veel beter te voelen. De
katterigheid was volkomen verdwenen en de eetlust geheel terug. Echter
geen van ons allen heeft ooit kunnen wennen aan het voortdurende rollen
van het schip. Iedere activiteit vereiste een dubbele inspanning omdat
we ons voortdurend moesten weren tegen de altijd onverwachte
rolbewegingen van het schip. Mannen zijn jagers! Ondertussen
hadden we wel de vislijn tevoorschijn gehaald en ons gloednieuwe en zeer
futuristisch uitziend aas aan de lijn overboord gegooid. Het aas bestond
uit een rubber squid (inktvis) van zo’n 20 centimeter, opgesierd door
prachtig gekleurde kraaltjes. Dat de vissen dat wel konden waarderen
bleek al snel. De eerste vis die op ons aas hapte, hebben we met veel
enthousiasme binnengehaald. Het bleek een forse Dorado te zijn van circa
1 meter. We hebben hem langszij het schip kunnen krijgen, echter op het
moment dat we hem aan boord wilden zwaaien schudde hij zich los van de
haak. De oerkreet die zowel Ben als ik geslaakt hebben vertaalde ons
gevoel dat we onze eerste vis op deze manier verloren. Mannen zijn
jagers, en dit schouwspel vertoonde de ultieme verifiëring van deze
uitspraak. Gelukkig was dit voorval slechts gevolg van onze onervarenheid. De volgende vissen hebben we met meer succes binnengehaald en op het achterdek kunnen brengen. Gemiddeld hebben we 1 vis per dag binnengehaald. We hebben vrijwel uitsluitend Dorado gevangen. Een prachtige vis, goudgeel gekleurd als hij uit het water komt en vervolgens veranderd van kleur, in blauw, paars en vervolgens grijsbruin. We fileerden deze vis, waarna we heerlijke stukken biefstuk overhielden. Eén Dorado was goed voor minimaal twee maaltijden voor ons vieren. Tweemaal hebben we een andere vis gevangen, die volgens ons vissenboek de gemene wolfsvis heet. En zo zag hij er ook uit. Circa 1 meter lang, dun en met een gemene kop en een grote bek met tanden van 1 tot 2 centimeter lang. Deze jongens zijn niet in de pan beland, maar hebben we direct teruggegooid in de oceaan. Maar sommige mannen zijn óók bramenplukkers... Het
eten op deze tocht verdiend speciale aandacht. Ik had Ben gevraagd om
als kok aan boord te functioneren. En die taak nam hij zeer serieus en
volbracht hij met volle overgave. Ik had vooraf al aangegeven dat het
eten op deze tocht voor iedere dag het hoogtepunt zou zijn. Een moment
om naar uit te kijken op de voor het overige veel op elkaar gelijkende
dagen. Wel, en hoogtepunten heeft hij ervan weten te maken. Onder de
zeer moeilijke, rollende omstandigheden heeft hij de meest prachtige en
heerlijke maaltijden uit de keuken tevoorschijn kunnen toveren. Vaak
kwam hij zwetend en wat witjes terug uit de keuken en was hij voor de
rest van de avond gevloerd, maar de resultaten mochten er dan ook zijn.
De vis die wij deze reis hebben gegeten was zo vers (vangen, fileren en
direct de pan in) en zo heerlijk bereid als ik nog nergens eerder heb
meegemaakt. Daar kan nog menige chef een puntje aan zuigen. Hulde aan de
kok! Na een paar dagen dachten we de optimale zeilvoering gevonden te hebben: Genua uitgeboomd, grootzeil met drie reven met bulletalie vastgezet, en de stagfok hard aangetrokken. Dat laatste om het rollen te verminderen. Tijdens squalls konden we snel en effectief zeil verminderen door de genua in te rollen. Op deze manier was het schip goed in balans, hoefde de stuurautomaat niet al te hard te werken en konden we squalls tot zo’n 40 knopen zonder problemen aan. Na circa 1 week op deze manier te hebben gevaren bleek dat de stagfok het niet prettig vond om tegen de stagen aan te schuren. Het stiksel op de naden had het begeven op de plek waar het zeil de verstaging raakte. Nico en ik zijn 1 dag in de weer geweest met naald en draad om het zeil te herstellen, hetgeen prima lukte. Uiteraard hebben we het zeil daarna niet meer op dezelfde manier gebruikt, maar zijn we doorgevaren op uitgeboomde genua en gereefd grootzeil. Zoals Ben een specifieke taak had voor de inwendige mens te zorgen, hadden Elyn en Nico ook elk een "taak". Nico deed samen met mij het benodigde dekwerk. Vooral in het begin was het zoeken naar de juiste zeilvoering en dus werden veelvuldig de zeilen gewisseld. Elyn was op dergelijke momenten de nauwkeurige roerganger. Voor wat betreft het wachtlopen nam Nico zijn (echtelijke?) verantwoordelijkheid serieus: als het stikdonkere en squally nachten waren hield hij Elyn gezelschap tijdens de nachtelijke wacht. En Elyn was altijd bereid koele colaatjes uit de ijskast te halen voor haar mede-zeilers. Dit lijkt een eenvoudig en niet vermeldingswaardige klus, maar op een rollend schip is het een prestatie slechts cola uit de "voorlader"- ijskast te halen i.p.v. de gehele inhoud over de grond te krijgen. Hulde aan Nico en Elyn: ervaren zeilers, oceaanzeilers! Onvergetelijk verjaardagscadeau voor Elyn! Ondanks
alle vis die we hebben weten te vangen hebben we maar weinig leven in de
zee gezien. Eénmaal, op de verjaardag van Elyn hebben we dolfijnen
gezien, die een halfuur in grote getale met onze boot meezwommen.
Ongelooflijk dat deze mooie beesten juist de verjaardag van Elyn
uitgekozen hadden voor hun bezoek. Een verjaardagscadeautje dat ze niet
snel vergeten zal. Life at sea! De
dagen werden langzaam maar zeker gekenmerkt door een vast ritme. ’S
Ochtends om een uur of 9.00 was iedereen present voor gezamenlijk
ontbijt in de kuip. Meestal betekende dit jongleren met bordjes en
koffiemokken om alles op de kuiptafel te houden. Tijdens het ontbijt
werden ook de belevenissen van de afgelopen nacht doorgenomen. De
hoeveelheid squalls, wind, regen en andere wetenswaardigheden als hoe
vaak iemand uit zijn bed gerold was passeerden de revue. Om 9.00 uur
noteerden we ook de positie in de kaart, met een kruisje zodat we ook konden
zien wat onze voortgang was. Na het uitgebreide ontbijt noteerden we de
12.00 uur positie om later die middag door te geven aan de rally leiding.
Die zorgde er vervolgens voor dat de posities op het internet geplaatst
werden, zodat de achterblijvers dagelijks de voortgang van de schepen
konden volgen. Voor Martine betekende dit dagelijks (voor het slapen
gaan) een kwartiertje
achter de PC om geruststellend te zien dat de CANDIDE weer een stukje
verder gekomen was. Om 13.00 uur noteerden we nogmaals de positie om uit
te rekenen wat ons daggemiddelde was. Iedere keer hebben we geprobeerd
om ons etmaalrecord te breken. Een paar keer zijn we dichtbij gekomen
(166 mijl), maar die eerste nacht bleef de snelste. Vervolgens
verdween ik om 14.00 uur achter de SSB zendontvanger, het apparaat dat
we in Las Palmas geïnstalleerd hadden om ook over lange afstand te
kunnen communiceren. Iedere dag op dat tijdstip communiceerden we met
andere ARC schepen, gaven we onze positie door, vergeleken die met de
andere schepen en luisterden we naar de weerberichten die speciaal voor
de ARC vloot werden uitgezonden. Iedere dag weer concludeerden we dat we
het helemaal niet slecht deden. Na het dagelijkse radionet zat de
bemanning al op me te wachten om ook geïnformeerd te worden over de besproken
onderwerpen. Vervolgens was er een uurtje ‘rust’, waarna de kok de
keuken in klom om het eten voor te bereiden. ’s
Avonds lieten we de wachten om een uur of 21.00 uur ingaan, wachten van 2 uur
die grotendeels in de kuip werden doorgebracht. De eerste 2 weken hebben
we kunnen genieten van de maan die aan de sterrenhemel stond en de zee
prachtig verlichtte. De laatste week liet de maan het voor ons echter
afweten en voeren we door pikdonkere nachten. Met name als de hemel
bewolkt was zagen we geen hand voor ogen. Met een onbewolkte hemel
konden we echter genieten van de meest pure en zuiverste sterrenhemel ter
wereld. Geen enkel lichtstraaltje in de verre omtrek kon ruis
veroorzaken op onze sterrenhemel. Toeval of telepathie? Via
de SSB zendontvanger hadden we ook dagelijks contact met onze
Amerikaans/Franse vrienden van de Exuberance. Op een van deze
chatkwartiertjes deed het wonderlijke toeval zich voor dat terwijl ik
aan de SSB zat te praten met de Exuberance de Sateliettelefoon van de
Exuberance overging en Martine vanuit Nederland aan de lijn zat. Toeval
of hebben we elkaar aangevoeld? Helaas konden we niet
‘doorverbonden’ worden, dus Candace moest fungeren als
tussenstation. McKeijserGyver Gedurende
de hele overtocht hebben we nauwelijks schade of pech gehad. Zo’n 4
dagen voor aankomst begaf een 12 mm dikke roestvrijstale bout van de
autopilot het. Finaal doormidden geknapt vanwege de enorme krachten die
er op het roer en dus de autopilot stonden. Het vooruitzicht om 4 dagen
te moeten motoren, stond ons niet bepaald aan, zeker niet in de donkere
nachten, dus met grote ijver hebben we gewerkt om het euvel te
verhelpen. Uit de gereedschapskist en de reservematerialen werd een
vervangende bout gemaakt. De eerste reparatie hield het een halve nacht
uit, om vervolgens ook de geest te geven. De tweede reparatie was
succesvoller en houdt tot de dag van vandaag stand. De laatste loodjes.... De laatste week varen waren keken we allen uit naar onze eindbestemming. De dagen duurden lang, werden meer van hetzelfde en eigenlijk hadden we het allemaal wel gehad. De laatste loodjes wegen het zwaarst, zo bleek echter ook op deze tocht. De laatste nacht werd een van de slechtste nachten van de gehele tocht. Het begon ’s avonds om een uur of negen met een enorme squall met veel wind en hozende regen. Anders dan andere squalls duurde deze bui circa 2 uur. 2 Uren waarin het zicht beperkt was tot een paar meter. Deze squall was de voorbode van een nacht met voortdurende squallactiviteiten; hoge zeeën, veel regen en wind. Maar het was de laatste nacht dus we konden dit alles wel hebben. Regen,
harde wind en nog eens regen! De
aankomst om circa 12.00 uur ’s middags zag er dan ook wat anders uit dan
we ons hadden voorgesteld. Geen stralend zonnetje en zachtjes wuivende
palmen, maar dikke regen met 40 knopen wind. Onder driemaal gereefd
grootzeil en een half uitgerolde genua zijn we St. Lucia aangevaren.
Eenmaal in de lij van het eiland waren de golven gelukkig verdwenen,
maar was de regen en wind zo hard dat we het finishschip slechts met
zeer veel moeite konden vinden. Weerzien! Uit
de regen doemde plotseling een dinghy op met een aantal doorweekte
mensen erin. Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik kon zien dat het
de dinghy van de Exuberance was, met daarin de complete familie plus....
Martine en Tico! In de hozende regen waren zij ons tegemoet gevaren om
ons welkom te heten. Van een afstandje kon ik Tico horen roepen "Pappa,
Pappa" en "Opa, Opa".!! Het kleine mannetje zat klappertandend van de kou
doorweekt bij Martine, maar wist direct toen hij de boot zag dat het
‘zijn’ CANDIDE-boot was met Pappa en Opa aan boord. Eenmaal op de
steiger hebben we onze aankomst uitgebreid gevierd met champagne,
rumpunch, meer champagne, vers gebakken chocolate cake cookies en
felicitaties en omhelzingen. We
waren er, het zat erop. 19 Dagen heeft de CANDIDE erover gedaan om de
oceaan over te steken naar een nieuwe wereld. De oversteek was een
zware, gekenmerkt door veel wind en hoge, warrige golven. Niet bepaald
de rustige oversteek op oceaandeining zoals ons door zovelen was
voorgehouden. Iedere oversteek is anders, zo blijkt ook weer uit dit
verhaal...
|