| Terug naar hoofdpagina | ||
![]() Aankomst in Horta, Faial. Champagne op de beroemde beschilderde pier.
|
|
|
|
![]() Tussen de muurschilderingen van beroemde en minder beroemde zeilers zal ook die van de CANDIDE prijken!
|
|
|
Horat vanaf zee.
|
||
|
|
Na 13 dagen zee weer in de veilige haven.
|
|
Ook Tico is in zijn nopjes...
|
|
|
| Enkele
muurschilderingen.
|
|
|
![]() De Azoreneilanden nodigen uit tot prachtige tochten in de natuur.
|
|
|
|
|
Dat is genieten na al dat water.
|
|
De boer en zijn zoon.
|
|
|
Uitzicht op de vulkaan Pico. Waauw.
|
||
In een groen groen groen groen knollen knollenland...
|
|
|
|
|
![]()
|
|
|
|
|
|
![]() Lava rotsten aan de kant van de weg.
|
||
En wie dacht dat windmolens alleen in Nederland voorkomen?
|
||
![]() 'Tico's ' rescueboot.
|
||
En we kunnen weer lachen!
|
||
Afscheid in Horta. De bemanningen van diverse boten zwaaien ons uit.
|
||
Om er een paar te noemen: De Romarin, de nexus, de Jake, de Alsager, El Viento, Joint Venture, Skylla...
|
||
Hans en Foekje van de Romarin.
|
||
Het beroemde zeilerscafé van Peter Sport.
|
||
|
Ontstaan van de
CANDIDE muurschildering.
Tico's muntje, een quarter US Dollar, hebben we met epoxylijm vast geplakt naast zijn handafdruk. |
|
Dry land: de Azoren Vrijdag 23 mei 2002: een memorabele dag. Dé dag dat de CANDIDE met haar bemanning na 13 dagen oceaan aanmeert in de haven van Horta, Faial. We krijgen van de havenmeester een tijdelijke ligplaats toegewezen; 3 dik langs de kade. Alleen dat al geeft een gevoel van "thuiskomen". Dit is een tijdelijke ligplaats; zodra er een plaats langs een vingersteiger vrijkomt, mogen wij daar liggen. Met een kind wel zo handig. Wat onwennig klimmen we over de 2
naastgelegen boten heen; gewapend met zelfgebakken brownies,
champagneglazen, champagne en fototoestel hijsen we onszelf op de kade.
WAUW, we zijn er!! We vonden een mooi plekje op de kademuur aan de kant van de stad en gedurende een paar dagen waren we elke dag een uurtje bezig aan onze muurschildering. We hadden als thema een -niet-nautisch-, maar wel keijserlijk symbool gekozen: een kroon. Onze handtekening staat nu voor zolang de verf houdt in de nationale kleuren rood, wit, blauw op het Hortanese steen voorzien van onze slogan: being more by doing less. Nadat de fles champagne leeg is, dringt de
realiteit zich weer aan ons op: de boot is een puinhoop en Harm moet
zijn terugreis gaan regelen. Coos gaat buiten aan de slag, ik binnen en
Harm zet koers naar het reisbureau. Deze laatste exercitie heeft als
uitkomst dat Harm de volgende dag al moet vertrekken, wil hij
zondagavond weer in Nederland zijn ('s maandags roept de plicht
weer....). En dat is jammer voor Harm, want Faial is een wonderschoon
eiland. Het natuurschoon is overweldigend: zo groen, zo puur, zo
onbedorven. Ik wist niet dat de kleur groen in zoveel nuances
bestond. Overal waar we kijken, zien we grasgroene weilanden,
donkergroene bossen, lichtgroene heuvels. En langs de wegen groeien
prachtige, uitbundig bloeiende hortensia's of rood/rose klimrozen.
Nee, hier geen armetierige, kleurloze bodembedekkers of dunne,
doorzichtige struiken. Wijdse uitzichten benadrukken het contrast tussen
een diepblauwe oceaan en het groene land. Het is simpelweg adembenemend
mooi! In Horta was het leven een Hollands feestje; een paar dagen na ons arriveerde nl. ook de Dutch Armada. Een groep, voornamelijk, Nederlandse boten die we al kenden vanuit de Carieb. Zij waren vertrokken uit St. Maarten en tijdens de oversteek spraken zij elke dag om 10.00 uur UTC met elkaar via de SSB. Al deze boten waren, net als wij, op weg naar huis en "benutte" de stop op de Azoren als het een-na-laatste hoofdstuk in hun zeilavontuur. Enkelen zouden na Horta rechtstreeks naar Nederland varen, anderen gingen via La Coruna, Spanje en een enkeling (wij dus) maakte een slinger via Lissabon. De één moest in juli terug zijn, de ander begin of half augustus en een enkeling (wij dus) "pas" medio september. Na 1,5 week vakantie in Horta, want zo voelde het, vertrokken wij richting het eiland Sao Miguel. Een passage van 180 mijl en dus een nachtje doorzeilen. Na een oceaanoversteek van 1800 mijl een kippe-eindje. Het was prachtig zeilweer: kracht 3 in de rug en de zon hoog aan de hemel. Toen we 15 mijl uit de kust waren, hoorden we Tico ons redelijk in paniek roepen vanuit de kajuit. En dat was het begin van een "nachtmerrie" en een medical rescue operation at sea. Tico had per ongeluk een muntje ingeslikt en dat muntje was blijven steken in zijn keel...... Hij was in tranen, had al wat overgegeven. Gelukkig kon hij ons wel goed uitleggen wat er gebeurd was; hij was er stellig in dat hij een groot muntje in zijn keel had zitten. Met behulp van de 1e hulp bij ongelukken techniek (kind schuin ondersteboven houden en hem stevig tussen de schouderbladen drukken), probeerden we het muntje uit zijn keel te krijgen. Geen succes. Ook het veelvuldig overgeven had niet tot resultaat dat er tussen de chocoladebrei (hij had daarvoor net een chocoladekoekje gegeten) een muntstuk terecht kwam. OK, wat nu? Coos draaide de boot om richting Horta, startte de motor en maakte zoveel snelheid (volle zeilen en motor) als maar mogelijk was. Volgens de GPS zouden we er krap 3 uur over doen voordat we in de haven zouden aankomen. Via de VHF probeerden we contact met de marina te leggen: geen succes. Dan maar met de GSM en dat lukte wel. Coos zette de situatie uiteen en daar Tico behoorlijk in paniek was, veel moest huilen en echt pijn had, vroegen we om een snelle boot, zodat wij (Tico en ik) van boord gehaald konden worden om z.s.m. naar het ziekenhuis te gaan. De Marina ging aan de slag en berichtte ons ca. 15 minuten later dat er een speedboot met dokter zo snel mogelijk naar ons toe zou komen. Tico werd iets rustiger, kreunde en wilde slapen. Maar omdat wij niet wisten waar het muntje vastzat in zijn keel, of dat het muntje überhaupt nog in zijn keel zat, wilde ik niet dat hij ging slapen. Ik bleef met hem praten, stelde vragen die hij met een hmmm kon beantwoorden. Ondertussen hield ik scherp in de gaten of hij wel goed bleef ademhalen en geen blauwe lippen kreeg. Coos zocht de noodzakelijke spullen bijeen zoals reddingsvest, rugzak, luiers, "peen en firt" (= Tico's kroelspulletjes), geld, verzekerings- gegevens, etcetera. Ruim een uur later kwam er een speedboot (die normaal gebruikt voor whalewatchingtrips voor toeristen) langszij en sprong een heuse KNO-arts bij ons aan boord. Zijn indruk van Tico was dat het het beste zou zijn als wij snel naar het ziekenhuis zouden gaan, zodat er een röntgenfoto gemaakt kon worden. Een dergelijke foto zou uitwijzen waar het muntje zich bevond en of/hoe het verwijderd zou moeten worden. En dus stapten Tico en ik midden op zee van de CANDIDE over op een razendsnelle speedboot. Coos vaarde de boot solo terug naar de haven; aldaar zouden er vast wel mensen zijn om hem een handje te helpen met aanleggen. In no-time, althans zo leek het, waren we in Horta alwaar de ambulance al voor ons klaar stond. Ondanks Tico's pijn vond hij het een spannende rit, zowel de speedboot als de ambulance. Toen Coos in de haven arriveerde wist de gehele Dutch Armada al van Tico's ongelukje en iedereen stond klaar om Coos te helpen. In het ziekenhuis: het nemen van een röntgenfoto van keel en borst bij een 2,5 jarig kind in pijn is nog een opgave op zich. Na een minuut of 5 draaien stond Tico toch lang genoeg stil om een goede foto te kunnen nemen. Het resultaat was schokkend maar zoals verwacht; er stak een behoorlijk groot muntstuk diogonaal dwars in zijn slokdarm, net voorbij zijn luchtpijp...... Coos arriveerde ongeveer 1,5 uur later in het ziekenhuis, precies op het moment dat de KNO-arts zich over de röntgenfoto's boog. Volgens hem was het het beste om de munt er onder volledige narcose uit te halen; plaatselijk verdoven en het dan verwijderen zou technisch mogelijk zijn, maar Tico liet inmiddels niemand meer toe in de omgeving van zijn neus en mond. Doordrammen zou hem te zeer traumatiseren. En dus werd "de operatie" gepland om 20.00 uur; op de kinderafdeling kreeg Tico een bedje toegewezen, hij kreeg een ziekenhuispyamaatje aan en een uur voor tijd was het aan ons de taak om hem een spierontspannend sapje toe te dienen. Dat was nog geen eenvoudige opgave; Tico wilde niets en niemand bij zijn mond en slikken deed zeer. Geen haar op zijn hoofd die er over peinsde om een slok te nemen. Goedschikse strategieën werkten niet en dus bleef niets anders over dan de "kwaadschikse" methode; Tico in de houtgreep en het sapje via een spuitje in zijn keel spuiten zodanig diep dat hij wel moest slikken. Dikke tranen stroomden over zijn wangen (en mijn ogen prikten...). Een half uur voor "moment supreme" reden we zijn bedje naar de operatieruimte. De spierontspanner begon voorzichtig te werken; Tico werd een beetje sloom en stoned. En daardoor kostte het de zuster weinig moeite Tico mee te nemen naar de echte operatiekamer en ons achter te laten. In de operatiekamer werd uiteindelijk de narcose toegediend; Tico verzette zich hevig, wilde zich onder geen beding overgeven en schreeuwde en gilde het gehele ziekenhuis bij elkaar. Hartverscheurend! Dat ie zoiets dergelijks moet meemaken, doormaken, zonder dat wij er zijn om hem gerust te stellen en/of zijn hand vast te houden. Beiden stonden we met tranen in onze ogen, het zweet in de handen en onze spieren strakgespannen. Het leek een eeuwigheid te duren voordat de narcose aansloeg bij hem; we bleven hem horen huilen van angst, pijn en verdriet. Toen het stil werd, leek de ingreep (15 minuten werk) vervolgens een eeuwigheid te duren. Mijn ogen waren gefixeerd op de deur van de operatiekamer; ik probeerde er gewoon doorheen te kijken. Eindelijk kwam de arts met in zijn hand de oorzaak; een quarter USdollar, een muntstuk ter grootte van zéker een stuiver. De munt was via de mond verwijderd en had nagenoeg geen schade aangericht; hoogstwaarschijnlijk had Tico wat schaafwondjes aan de binnenkant van zijn slokdarm, maar dat zou snel genezen. Via op zijn borst geplakte "spacy-uitziende" pleisters werd hem -preventief- antibiotica tegen een mogelijke ontsteking toegediend. Deze pleisters mochten na 24 uur verwijderd worden, maar Tico vond ze zo stoer, dat hij er nog weken mee gelopen heeft. In de recoeverruimte ontwaakte Tico uit zijn narcose en viel hij in een diepe slaap. Dit ging met veel onbewuste paniek gepaard; hij zwaaide wild met zijn armen, draaide onrustige rondjes op mijn schoot en onze geruststellende stemmen leken hem niet te bereiken. Na een half uur woelen, viel hij dan toch in een rustige slaap. En weer een uur later werd ie in zijn bedje naar de kinderafdeling gereden. Eén van ons mocht de nacht bij hem blijven (ik zou blijven), maar helaas hadden ze geen bed meer over. Voor mij werden twee fautteuils bij elkaar gescharreld en tegen elkaar aan geschoven en daarop kon ik slapen..... Bijzonder primitief, maar beter iets dan niets. Coos ging rond middernacht terug naar de boot. Daar zaten onze Nederlandse zeilvrienden klaar met een borrel om te horen of de operatie succesvol was verlopen. Coos kon zijn verhaal doen, rookte een sigaar en rolde een paar uur later zijn bed in. Tico had een rustige nacht; hij werd de volgende ochtend rond 08.00 uur wakker. Hij had honger, maar moest het doen met een kopje anijsthee. Er mocht niet eerder gegeten worden dan wanneer de arts naar Tico had gekeken. En de arts kwam pas rond het middaguur.... Hij trof een vrolijke, goedlachse en tegelijkertijd verlegen Tico aan. Tico werd genezen verklaard en mocht naar huis. Poeh! Terug op de boot kreeg Tico uiteraard bezoek van onze zeilvrienden en hij werd schromelijk verwend. Van Hans/Foekje en Hans-Elias/Inez kreeg hij een prachtige, zachte walvis. En van Lars/Annet kreeg hij een schitterende goudvis, Muntje genaamd. Tico kon zijn geluk niet op en liet zich alle aandacht welgevallen. Hij dartelende over de boot en door het gezelschap alsof er nooit wat gebeurd was. Toen het gebeurde, bleven zowel Coos als ik buitengewoon rustig en gecontroleerd. We wisten wat we moesten doen, er ontstond ook een natuurlijke taakverdeling en op geen enkel moment is één van ons in paniek geraakt. We moesten dit "probleem" zo snel mogelijk en zo goed mogelijk oplossen. Maar natuurlijk moet een dergelijke ingrijpende gebeurtenis wel een plek krijgen. De eerste nacht aan boord werd een
onrustige nacht. De volgende ochtend werd ik doodmoe wakker, maar voelde ik me wel stukken beter. De vriendelijkheid van alle Hortanezen heeft diepe indruk op ons gemaakt. Zo togen we naar het Marinakantoor om ze te bedanken voor alle hulp. Daar vertelden ze ons dat we voor deze extra dagen in de marina niet hoefden te betalen. Ook voor de ambulance (het eenvoudige exemplaar en onderdeel van de vrijwillige brandweer) hoefden we niets te betalen. Omdat we bij de douane hadden uitgeklaard, liepen we daar ook nog even langs om te melden dat we onverhoopt weer teruggekomen waren. We hoefden niets uit te leggen. Sterker nog, er werd direct gevraagd of ze het muntje uit Tico's keel hadden kunnen krijgen. Ook deze mensen waren volledig op de hoogte van het ongeluk(je) en waren oprecht belangstellend naar de afloop ervan. Voor de speedboot, eigendom van een commerciëel whalewatching bedrijfje, hoefden we slechts Euro 50,-- te betalen, maar alleen nadat ze nadrukkelijk vroegen hoe het nu met Tico ging. De ziekenhuisrekening viel reuze mee, de dokter en de verpleegsters allemaal even vriendelijk. Iedereen deed zijn best om voor ons Engels te spreken, daar wij nauwelijks Portugees spreken. Tot slot hebben we het muntje, dat we uit het ziekenhuis hadden meegekregen, symbolisch op ons muurschilderij geplakt met daarnaast de handafdruk van Tico. Voor eeuwig vereeuwigd....??!! Drie dagen later gooiden we de trossen weer los en vaarden we richting Sao Miguel. |