Over de bemanning Terug naar Hoofdpagina
De bemanning bestaat standaard uit 3 personen (of kan ik beter zeggen 2,5?), te weten: Coos, Martine en Tico. Tijdens de wat langere tochten (bijv. meer dan 3 a 4 nachten doorvaren) streven we ernaar opstappers mee te nemen. Deze opstappers proberen we zoveel mogelijk uit onze familie-, vrienden- en kennissenkring te ronselen. Zeker is dat Opa Ben (vader Coos) een veelvuldig opstapper zal zijn en dat Elyn (zus Martine) en echtgenoot Nico onze ervaren mede-zeilers zijn gedurende de oceaanoversteek. Nog wat andere (opvallend veel mannen) vrienden c.q. kennissen hebben eveneens in meer of mindere mate interesse getoond om op enig moment als matroos aan te monsteren.
|
Coos Keijser
|
| Martine kwam allereerst via haar zus Elyn met het fenomeen wind en water en dus boten en zeilen in aanraking. Wat haar in het bijzonder bekoorde aan het meevaren was de rust en de ruimte: het letterlijk en figuurlijk achterlaten van stress en zorgen. Toen zij Coos leerde kennen, werd zij voorgesteld aan de windsurferij. Na een paar -vooral natte- pogingen heeft ze het surfen opgegeven. Toen de Simoun (genaamd Case 1) gekocht werd, heeft ze zich voor het eerst serieus ingezet om te leren zeilen. Onder stricte voorwaarden (de boot mocht onder geen beding omslaan!) werd zij een uiteindelijk nuttig fokkemaatje. En de snelheid van de boot liet haar ook niet onberoerd. Het besluit om een snellere boot, een catamaran (Case 2 genaamd) te kopen, ondersteunde ze dan ook. Wederom was bij het zeilen op dit “racemonster” het verbod op omslaan een keihard gegeven. Hangen in de trapeze en snel door het water snijden (om vervolgens vast te komen zitten in het wier waar de Gouwzee veel te veel van heeft) gaf haar wel een stoere kick. Het gehannis voorafgaand aan het daadwerkelijk varen, zoals boot optuigen en een te strak zittend surfpak aantrekken) brak haar aanvankelijke enthousiasme uiteindelijk toch op. De euforie van het zoefen dreigde vaker overschaduwd te raken door gebroken nagels en natte sigaretten. Het werd tijd voor iets anders, iets meer luxe en iets meer comfort, maar het moest zéker wel goed en sportief ogen en zeilen. Dat alles werd gevonden in de Candide. |
|
Martine Keijser Nierop
|
|
Coos
heeft op 13 jarige leeftijd voor het eerst kennisgemaakt met de
zeilerij tijdens een zeilkamp in Friesland. Hij was zeker niet meteen
enthousiast en/of verslaafd aan wind en water. Pas toen het windsurfen
in opmars kwam, ging er weer een vuurtje in hem branden. Jarenlang
heeft hij gesurfd: beginnend op een deur en eindigend op een “zinkertje”.
Hij was zo enthousiast dat bij de aanschaf van een auto rekening werd
gehouden met de vraag of de surfplank er wel in (jawel ín en niet
alleen op) paste!? Edoch, surfen was solistisch en inmiddels had hij een vast vriendinnetje. Er werd een wedstrijdzeilbootje gekocht, een Simoun. Eén zomerseizoen hebben ze ermee gevaren en toen besloot Coos dat dit scheepje niet snel genoeg was. Een catamaran, dat was pas het echte werk. Na wat vergelijkend warenonderzoek werd besloten een 2e hands Prindle 16 aan te schaffen: snel varen ook bij weinig wind. Menig weekend was Coos op het Hemmeland (Monnickendam) te vinden of beter gezegd op het water. Na de catamaran kwanmen de nodige zeiltochtjes met kajuitjachten, gevolgd door twee chartervakanties in het Middellandse Zeegebied. Vervolgens werd besloten op zoek te gaan naar een eigen zeewaardig jacht. En dat jacht werd gevonden in de Candide. |
|
Tico Keijser
|
Tico
is de kleine matroos. Zijn eerste zeiltocht maakte hij toen hij 3 weken
oud was. Inmiddels heeft hij al aardig wat zeemijltjes achter zijn naam
staan. Overigens qua reiservaring heeft hij toch al niet te klagen. Hij
is al twee keer in de Carieb geweest!
|