Terug naar Logboek

Terug naar hoofdpagina
bretagne kanaaleilanden heiloo 005.jpg (312264 bytes)

Vlak water en mist. Tekenend voor onze tocht rond de punt van Bretagne naar de Kanaaleilanden.

 

 

 

 

 

 

.

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 004.jpg (313624 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 006.jpg (366153 bytes)

Hier en daar zien we de stroomravelingen die voor heftig water kunnen zorgen bij slechtere omstandigheden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 007.jpg (366390 bytes)

Wij kunnen er rustig doorheen kachelen.

 

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 003.jpg (343798 bytes)

Zo rustig, dat we zelfs lekkere dingen kunnen bakken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 009.jpg (342274 bytes)

Nederland komt steeds dichterbij. Voor Tico hebben we een thuiskomkalender gemaakt. Nog 10 nachtjes slapen...

 

 

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 001.jpg (352862 bytes)

Guernsey. Tax paradise. Voor ons een convenient stopover.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 002.jpg (358993 bytes)

Met vele, maar dure winkels.

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 013.jpg (346889 bytes)

Dus kijken we vooral naar de winkelende menigte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 014.jpg (352643 bytes)

De dinghydocks in de kanaaleilanden zijn nog drukker dan in de Carieb!

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 020.jpg (325002 bytes)

Weer op het vasteland. Hier een foto van een gigantisch droogdok in Cherbourg.

 

 

 

 

 

 

 

 

.bretagne kanaaleilanden heiloo 021.jpg (362321 bytes)

De haven van Cherbourg. Groot, netjes en dicht bij de stad. Een ideale laatse stop.

 

 

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 022.jpg (351656 bytes)
bretagne kanaaleilanden heiloo 085.jpg (294041 bytes)

Nog één keer mist en dikke wolken. Maar nu zijn we echt op weg naar huis. Nog maar drie nachten op zee.

 

 

 

 

 

 

bretagne kanaaleilanden heiloo 083.jpg (317683 bytes)

 

Naar huis!

In potdichte mist varen we de haven van Ile de Croix uit, de Lau-Hansens achterlatend. Een verdwaalde waterballon vliegt nog door de lucht en plonst meters naast de CANDIDE in het water. We zijn weer met z'n drieën en koersen op huis aan. En daar hebben we zin in. Maar het geeft ook wel enige spanning. We moeten nl. nog een paar "lastige" trajecten afleggen. Allereerst is daar de Raz du Sin, een passage waar een vervaarlijke stroming kan staan als je er met de verkeerde wind en op het verkeerde tijdstip door heen wilt varen. De stroom kan oplopen tot wel 5-8 knopen. Als je die tegen hebt, heb je geen schijn van kans: dan ga je achteruit. Die situatie moeten we dus zien te voorkomen.

Raz du Sin

Coos heeft de boeken, de getijdetabellen en het weer bestudeerd en daags na aankomst in Audierne, de laatste haven vóór de Raz du Sin, lijken de elementen gunstig. Er is nauwelijks wind en als ie al gaat waaien, gaat ie volgens de weerkaarten vanuit het Oosten waaien (de goede richting op dus). Exact twee uur voor hoog water Brest moeten we bij het begin van de  passage zijn. Dan is er "slack", hetgeen betekent dat er niet of nauwelijks stroom staat. En vanaf dat moment gaat de stroom alleen maar meelopen. Rekenen, rekenen, rekenen, UTC en local time helder houden en de optelsom leert ons uiteindelijk dat we om 12.00 uur uit Audierne moeten vertrekken om om 14.30 uur bij de Raz du  Sin te zijn. ETA (estimated time of arrival) in ...... ligt dan op ca 19.00 uur. Met ons vertrekken zo'n beetje alle boten die in de ankerbaai van Audierne liggen en in colonne varen we naar Raz du Sin. Dagen heb ik me druk gemaakt om deze passage (moet je nooit doen, maar ja). Dagen heb ik Coos opgejut uit te rekenen en uit te leggen wanneer en hoe we deze passage zouden "nemen". En op het 'moment supreme' liggen we gewoon met nul stroom en nul wind te dobberen in een stukje Atlantische Oceaan waar de meest spectaculaire stormfoto's van gemaakt zijn. Monstergolven die tegen de vuurtorens kapot slaan, kolkende zeeën die wit zijn van het schuim. Flat calm, zo glad als olie, geen rimpel te bekennen en we hebben de motor bij moeten zetten om vooruit te komen. Tja, waar maakt een mens zich toch soms druk om.

Mist!

De volgende ochtend rinkelt de wekker om 06.00 uur; we willen vroeg vertrekken om de 50 mijl naar L'Aberwrach met zo gunstig mogelijke stroom af te leggen én bij daglicht de haven te kunnen binnenlopen. Als we ons hoofd om 06.05 uur uit het hoofdluik steken, zien we helemaal niets! Potdichte mist! En dan bedoel ik potpotdicht!. Gezegend met radar, Seamap/MaxSea op laptop (zeekaart gekoppeld aan de GPS, waardoor je op het beeldscherm precies kunt zien waar je je bevindt) besluiten we tóch te vertrekken.

Met samengeknepen billen sta ik op de punt en tuur ik in het grote niets. Coos zit achter het stuur en tuurt afwisselend op het laptopscherm en de radar. Het blijkt al snel dat het het beste is Robbie Robertson, de autopiloot, het stuurwerk te laten verrichten.  Stuurcorrecties met de hand blijken veelal te groot (bleek wel toen ik even achter het roer stond en ongemerkt de boot 180 graden van richting had veranderd).

Zeilen, of beter motoren, in potdichte mist is in een bepaald opzicht een absolute sensatie. We hebben een zicht van minder dan 50 meter: als een vacuum sluit de vochtige mist zich om ons heen. Als je claustrofobisch aangelegd zou zijn, zou je het zwaar krijgen. Mij geeft het, hoe paradoxaal het ook klinkt, een zeker gevoel van vrijheid: op jezelf en op elkaar aangewezen zijn. Een boot met drie mensen gevangen in een mega-grote waterdruppel. En zonder dat het we weten bevinden zich om ons heen meerdere boten gevangen in waterdruppels.

Onze zintuigen zijn tot het uiterste gespannen. Je ogen, je oren en je neus trillen haast van inspanning. Mijn hart slaat over als ik een handgeblazen misthoorn hoor. Het klinkt zo dichtbij en toch zie ik niets. Coos kan op de radar zien dat de -vermoedelijke- zeilboot op minder dan 50 meter schuin achter ons zit. Ik beantwoord het signaal met een ferme blaas door onze toeter. En dit getoeter herhaalt zich vanaf dat moment elke 5 minuten. Zonder dat we elkaar zien, zonder woorden, communiceren we toch met elkaar en wel via de toeter: "TOET, ik zit nog steeds 50 meter voor je aan bakboordzijde". "TOOEET, begrepen".

Na ruim een uur varen in een onzichtbare wereld, zien we aan de horizon een regenboog, een rose-paarse gloed en daarna een blauwe vlek. De zon wordt sterker en sterker en verdringt de dichte mist. En zomaar opeens, zo het lijkt, is het helder en zien we weer! We zien waar we varen. We zien de boot 50 meter schuin achter ons. We zien de kuststrook. We zien wel 10 boten voor ons.

Pitstop

Rond 15.00 uur varen we via een lang, bebakend kanaal naar de haven van L'Aberwrach. We pikken een mooringboei op, kijken eens om ons heen en worden niet vrolijker van wat we zien. Zo op het eerste gezicht heeft het stadje, wat volgens velen zo leuk zou moeten zijn, in onze ogen helemaal niets. De bewolkte hemel en de miezerige regen helpen niet, dat geven we toe. Maar een nadere verkenning aan land, stemt ons niet positiever.

Een bij Coos opborrelende brainstorm, "zullen we straks gewoon meteen doorvaren naar Guernsey, 100 mijl verderop?", wordt door mij positief ontvangen. Maar alvorens impulsief de trossen los te gooien, verdiepen we ons eerst in stroom, precieze afstand en weersvoorspellingen. Alles ziet er gunstig uit en dus verlaten we L'Aberwrach na slechts 4 uurtjes verblijf weer. We gaan een nachtje doorzeilen naar Guernsey.

Sinds het afscheid van de Lau-Hansens hebben we in 4 dagen tijd een afstand afgelegd waarvan we aanvankelijk hadden gedacht ruim een week over te doen. Dit "overpresteren" is deels ingegeven door het nietszeggende miezerige weer als ook de wens om naar huis te gaan.

Nieuwe brainwave!

De wens om naar huis te gaan, krijgt op Guernsey nog meer vorm. We besluiten via een tussenstop op Alderney (stroomtechnisch het meest handig) naar Cherbourg te varen om vervolgens vanuit Cherbourg in één keer naar IJmuiden te varen (3 dagen aaneengesloten varen). In concreto betekent dit dat we ruim 1 week eerder in Nederland zullen aankomen. Verheugd SMS-en/mailen we onze "onder voorbehoud van goed weer"-thuisreis naar familie en vrienden. We ruiken het nest. We hebben geen geduld meer om coasthoppend langs de Franse en Belgische kust naar huis te zeilen. Drie dagen aaneengesloten varen is vermoeiend. Maar dagelijks 50 tot 60 mijl varen, zoveel mogelijk rekening- houdend met stroming, is evenzo vermoeiend. Dit betekent nl. 's ochtends vroeg vertrekken om aan het begin van de avond de haven binnen te lopen en dat zeker 7 a 8 dagen achtereen. Het voordeel van 's nachts doorslapen weegt soms niet op tegen het nadeel dat je zoveel meer dagen achtereen een lange afstand moet afleggen.  Door lange afstandzeilers (een groep waar wij na 12.000 oceaanmijlen ook wel bijhoren) wordt de Frans-Belgische kust ook wel de snelweg van de Noordzeekust genoemd.  En daar zit wat in: voor het natuurschoon of de pittoreskheid van de havenplaatsen hoef je het niet te doen, is onze mening.

Kanaaleilanden

Terug naar Guernsey: dit eiland, behorende bij de Kanaaleilanden, is bijzonder Engels georiënteerd. Er wordt betaald in ponden (die valuta hadden we nog niet gehad) en de voertaal is Engels (he, lekker makkelijk). In de marina van St Peter's Port krijgen wij een ligplaats toegewezen langszij een -ongastvrije- Franse boot. En die Fransen blijken een dag later ook nog eens bijzonder onvriendelijk toen ze om 24.00 uur (jawel, midden in de nacht) wilden vertrekken om gebruik te maken van een gunstig tij. Kijk, dat ze van een gunstig tij gebruik willen maken, begrijp ik wel. Maar dat hadden ze, wil je netjes en respectvol met mede-zeilers omgaan, even een paar uur eerder met ons kunnen communiceren. Want nu draaide het erop uit dat wij midden in de nacht, in onze pyama,  onze boot konden gaan verplaatsen zodat zij weg konden gaan. En men moet mij gewoon niet voor zulke zaken uit mijn diepe slaap wakker maken, want dan ben ik niet zo aardig en begripvol (understatement!!!).  Enfin, de volgende ochtend wist iedereen precies wie ik was: ze hebben me wel in het Nederlands horen schelden op die chauvinistische Fransman die zogenaamd geen Engels sprak en zijn nachtelijke vertrek daarom niet met ons gecommuniceerd had.  GRRRRR!!

Het leven op Guernsey is zo mogelijk nog duurder dan in de Carieb. My God, de prijzen voor de primaire levensbehoeften schieten de pan uit. Maar de alhier verkrijgbare verse bruine, volkoren boterham (1 jaar lang niet kunnen eten) is ovenvers en overheerlijk met een plak kaas. Dat maakte de "portefeuille- pijn" weer goed.

Na 2 dagen Guernsey vervolgen we onze weg naar het 25 mijl verderop gelegen Kanaaleiland Alderney. Het voordeel van stroom mee bouwt zich naarmate we dichterbij Alderney komen substantieel op. De stroomrafelingen in het water zijn indrukwekkend en de GPS geeft snelheden weer varierend tussen de 8,7 en 9,2 knoop!!! Dat schiet op. De ruime en beschutte ankerbaai van Alderney is voorzien van vele mooringboeien, maar wij verkiezen het eigen anker. Reden? De kosten! Voor een nachtje aan de mooringboei betaal je ca. 20 engelse ponden (= ouderwets in guldens NLG 70,--).

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de schoonheid van deze Kanaaleilanden enigszins langs ons heen gaat. In onze hoofden zijn we overduidelijk bezig met "naar huis varen". Behalve dat de Engelse invloeden merkbaar en zichtbaar zijn (je moet haast blind zijn wil je dat niet zien), besteden we weinig aandacht aan het ware bezichtigen en ontdekken. Kwamen we in St. Peters Port (Guernsey) niet verder dan de winkelstraat. In Alderney zien we, naast de winkelstraat, slechts de -ietwat verwaarloosde- speeltuin.

Laatste haven voor thuiskomst

In de grote marina van Cherbourg blijven we 3 dagen (2 nachten). Dit is helemaal uitgekiend, want we willen op zaterdagochtend 24 augustus IJmuiden binnenlopen. Deze 3 dagen in een grote stad benutten we om voor een laatste keer "los" te gaan in een Franse hypermarchee. We vinden hier eindelijk weer een Internetcafé, zodat we onze website kunnen updaten. In de wasserette draait een grote wasmachine 7 kilo wasgoed van ons in de rondte. En last but not least: we verdienen nog wat centjes aan de verkoop van een aantal jerrycans.

Woensdagavond, 19.30 uur! We hebben volgetankt, diesel en water. We hebben gegeten. Tico heeft zijn pyama aan en kijkt Sesamstraat. En wij gooien de trossen los: de laatste 350 mijl. De laatste meerdaagse overtocht. De laatste nachtwachten. We zijn er klaar voor en we hebben er zin in.