| Terug naar hoofdpagina | ||
Op de kaart is duidelijk de kortste route naar Malta te zien. In de praktijk hebben we deze route redelijk kunnen volgen.
|
||
![]()
|
|
|
Martine heeft zoveel mogelijk buiten geslapen om zeeziekte te voorkomen. |
||
![]()
|
|
|
|
|
Tico had nergens last van en vroeg om zijn normale portie aandacht en die kreeg hij ook zoveel mogelijk. |
|
|
|
|
|
|
Al het speelgoed hebben we uit de kast getrokken en het mannetje vermaakte zich opperbest.
|
|
|
|
|
|
|
![]() Toch wel wat 'spooky' zo'n groot vrachtschip dat midden op zee rondjes om je heen gaat draaien...
|
|
![]() Valletta, at last. Als je overdag binnen komt varen, dan is deze fantastische skyline je uitzicht. Wij kwamen midden in de nacht binnen en zagen bijster weinig.
|
|
|
|
|
![]() Valletta Grand Harbour. De commerciële haven die een stuk minder aantrekkelijk is, maar waar we wel midden in de nacht moesten inklaren, ofwel douane formaliteiten afhandelen.
|
|
Msida Marina. Groot, midden in de stad, prijzig en een hoop herrie. Na drie dagen zout in je gezicht is het echter wel heerlijk om alles onbeperkt met zoet water te kunnen spoelen. |
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||
| De oversteek:
Griekenland - Malta 353 Mijl varen; 3 dagen en 3 nachten aaneengesloten zeilen bij gemiddelde snelheid van 5 knopen per uur. Niet eerder had één van ons zo lang alleen maar water om zich heen gehad. De weersvoorspellingen indiceerden een fysiek zware tocht, want noordwest 5! We moesten bijna pal West varen, een koers van 245 graden, en dus een aan-de-windse-koers (is schuin, is oncomfortabel). Bij een dergelijke windkracht hoort een flinke zeegang, oftewel tegen de golven in beuken (is bonken, is hakken, is oncomfortabel). Een zeeziekte-gevoelige koers ook nog. De Belgische reiscapsules werden vooraf, preventief, ingenomen. Op hoop van zegen, verstand op nul en blik op oneindig. Dat zou het motto worden voor de dagen die volgden. Als ik er aan terugdenk, is het 1e wat door mijn hoofd schiet: zwaar, afmattend, een prestatie. Het 2e is: spannend, bijzonder, veilig en trots. Het doel was zo snel mogelijk naar Malta via de kortst mogelijke route. Een goede zeilvoering was aldus essentieel. Daar de wind de eerste uren (ca. 36 uur!) niet helemaal steady kracht 5 was (dan weer een tijdje 6 en dan weer een tijdje dik 4) hebben we veel zeilwisselingen moeten doen om optimaal en -binnen de gegeven omstandigheden- zo comfortabel mogelijk te zeilen. Genua + grootzeil, rif in het grootzeil, rif eruit, rif er in, nog een rif erbij, beide riffen eruit, fok i.p.v. genua, genua i.p.v. fok, 3 riffen in grootzeil, genua i.p.v. fok. En dat in een tijdsbestek van 36 uur. Coos verdient een grote pluim als kapitein; op het juiste moment de juiste beslissing over de zeilvoering. Vooral de 1e 24 uur waren inspannend en indrukwekkend. We zeilden continu dik 6 knopen, vaak ook 7 knopen, aan de wind en bij tijd en wijle rolde de zee door het gangboord. Als je gewoon bleef zitten waar je zat, was het al behoorlijk inspannend. Maar als je naar binnen moest voor het één of ander, was dat een helse klus. Toiletteren bijv. was voor mij binnen niet meer mogelijk; als ik al even onderdeks was, nam mijn al aanwezige katterige gevoel alras toe tot ongelofelijke misselijkheid. De emmer buiten was mijn toilet. Dat dat dus behoorlijk onhandig is, kon me in die fase al niets meer schelen. Eten deden we beiden minimaal. Wat dit betreft leefden we letterlijk en figuurlijk de 1e 2 dagen voornamelijk op water en brood. Ook met de persoonlijke hygiene namen we het niet meer zo nauw. Het beperkte zich tot tandenpoetsen. Tot meer waren we niet in staat. Pas op dag 3, toen we een ruime koers konden varen, ging er weer een natte washand over ons gezicht en lijf. na 3 dagen zoute lucht plakte en piekte mijn haren alle kanten op. Geen land meer mee te bezeilen. Tico daarentegen, onze jongste matroos, had nergens last van: hij at en sliep exact als ware het een gewone dag. Hij paste zich soepel aan aan de "oncomfortabele" koers. En dat betekende minder bewegingsvrijheid. Maar hij had zittend op de laagstgelegen kuipbank en op de kuipvloer veel plezier met zijn Lego, autootjes en boekjes. Met "schuin" slapen had hij evenmin problemen; gewoon naar bed, nog even spelen en dan liggen en slapen. Vol trots en bewondering keken we naar onze zoon en misschien een tikje jaloers. Wij wilden ons fysiek ook goed voelen. Slapen was er voor de 1e nacht nietbij. We zeilden alsof we met de Whitbread meededen. Eén met het handje sturen, de ander doezelend liggend op de kuipvloer. Nou ja, liggen? Opgepropt en dubbelgevouwen want de vloer meet hooguit 0.75 mtr bij 1.35 mtr. Niet slapen houdt geen mens vol dus de volgende dag, toen we al wat gewend waren aan de bewegingen van de boot, aan de geluiden van de golven die op de romp stuksloegen en aan de wind die door de verstaging suisde, hebben we een soort van wachtsysteem ingevoerd. Overdag slapen is lastiger met een kind van nog net geen 2 jaar oud aan boord. Tico wilde én verdiende natuurlijk ook aandacht en moest op gezette tijden natuurlijk eten. 's Avonds hebben we een 2 uur-op/2 uur-af systeem laten ingaan vanaf het moment dat Tico naar bed ging. En die 2 uur-af benutten we dan ook optimaal. Het lijf was moe van een nacht niet slapen, maar was nog moeier vanwege het voortdurend aanspannen van alle spieren. Beiden hadden we last van spierverkrampingen in de buikspieren net onder je ribben. Benedendeks, midscheeps in de loodskooi je lijf horizontaal neervlijen was de enige manier om enigszins te ontspannen. Én slapen leidde de aandacht af van het zeeziektegevoel. De Belgische reiscapsules, die we ongeveer om de 6 uur (Coos ook!) innamen, deden hun werk goed, maar konden een gevoel van katterigheid niet voorkomen. Degene die "de wacht hield", werd geassisteerd door onze prachtige nieuwe radar. Deze radar was zo ingesteld dat ie elke 10 minuten een straal van 8 mijl afspeurde op medezeegebruikers. Als ie er één signaleerde, meldde hij dit met een lange indringende piep en kon je op het scherm zien waar dit object zich bevond en in welke richting het zich voortbewoog (als het zich al voortbewoog). Met recht een 3e oog en heerlijk om er in het donker bij te hebben. De nachten waren helder en onbewolkt. De zon gaf om ca. 20.30 uur het stokje over aan een halve maan. Rond 03.00 uur verdween ook deze lichtbundel achter de horizon en was het pas écht donker. Slechts verlichting via de ontelbare sterren. Koud was het niet 's nachts. Ik denk dat de thermometer nog zeker 25 graden aanwees. Maar vochtig was het zéker wel! Alles voelde klam en plakkerig aan. Jek! Zoals gezegd paste Tico zich zonder problemen aan aan een full-continu leven op zee. Hij zag er waarschijnlijk alleem maar goede dingen in, nl. volle aandacht van in elk geval één van de ouders. Uren hebben we met Lego gespeeld: boten bouwen, helicopters, vissen, tomaten en bananen. Ik ben meer van het simpele werk, maar dan wel op kleur afgestemd. Coos is van het meer "technische constructiewerk". Zijn ruimtelijk inzicht is van een iets hoger niveau dan het mijne, is gebleken. Boekjes lezen was favoriete bezigheid nr. 2 en verder droeg onze jongste matroos ook zijn steentje bij in het afspeuren van de horizon op andere schepen. Op enig moment, de 3e dag 's ochtends vroeg, schuin zagen we schuin achter ons een vrachtschip. Ik had de wacht en werd al wat nerveus toen het dichterbij kwam. Toen het redelijk nabijwas, verlegde het schip zijn koers met een flauwe bocht naar links. Althans, zo leek het aanvankelijk. Maar wat bleek, het draaide 180 graden om. Dacht ik........ het schip bleef draaien, nog 180 graden erbij en leek het gemunt te hebben op ons achtersteven. De zenuwen gierden door mijn keel! Ik stond in dubio: Coos roepen of laten slapen. Ik koos voor het eerste. Coos keek het eens aan, zette de handmarifoon aan en jawel..! We werden opgeroepen door dat vrachtschip, een roestige bak. De stuurman op wacht had zin in een praatje, informeerde belangstellend waarheen wij op weg waren, vertelde hun doel, gaf nog een weerbericht en wenste ons verder veel plezier. En ik maar denken dat het een piraat was die zin had in het spelletje "zeilbootje pesten". Wat heb ik toch een wantrouwende geest. We schoten behoorlijk op. De gemiddelde snelheid hadden we naar boven toe bijgesteld: 6 knopen per uur en op zo'n lange overtocht betekent dat ook wat voor de tijd die er in totaal over doet. In plaats van rond het middaguur aankomen op Malta (start dag 4) zouden we nu halverwege de 3e nacht Valette, de hoofdstad van Malta, aanlopen. Na 50 uur aan-de-wind varen, kwam de wind "opeens" uit een andere hoek, het Oosten. Opeens, omdat ik, die de wacht hield, even was weggedoezeld (10 minuten maar) en dus schrok toen we een andere koers leken te varen. De windrichtingsmeter had nl. al die tijd de wind op 40/50 graden ten opzichte van de boot aangegeven en opeens was het 90/120 graden. Ruime wind, comfortabel zeilen. Záálig! Helaas nam de wind te snel naar onze mening in kracht af en moest de motor bij. Dat was nu jammer, maar ja, 6 knopen snelheid was heilig. Doorvaren met die schuit! Voor Malta moesten we nog een ware parkeerplaats van op de ree liggende vrachtschepen doorkruizen. Een indrukwekkend gezicht om in het donker langs drijvende lichtbakken te varen. Als zeilschip ben je dan wel heel erg klein. Omdat we nu 's nachts arriveerden en Malta niet tot de EU behoort, moesten we eerst inklaren bij de douane in de commerciële haven. 10 Mijl voor Valetta moesten we ons via de marifoon bij de Port Control melden om dat 1 mijl voor Valetta nogmaals te doen. Zij benadrukkten de gang naar de douane en brave burgers die we zijn, deden we dat. Even zoeken in het donker waar het douanekantoor lag en waar we konden aanleggen. Wat een farce bleek het inklaren te zijn; het kantoor was dicht en Coos moest op de deur bonken (geen bel) en roepen om te zien of er binnen nog leven was. Na een tijdje kwam er een slaperig kereltje, die nog vroeg "of we de volgende ochtend niet terug konden komen?". G*##!&*!, nee dus! De deur ging open. Talloze formulieren moesten ingevuld worden en na dik een half uur (valt misschien nog mee?) verlieten we de commerciële haven en togen we naar de Marina van Valetta. Moe, hondsmoe en dan is zo'n laatste mijl bijzonder lang........ Valetta beschikt over 2 Marina's en we kozen voor de, volgens de pilot, best beschutte maar iets duurdere haven. Als je om 02.00 uur in deze contreien een Marina via de Marifoon oproept, word je keurig door de nachtportier te woord gestaan, naar een vrije aanlegplaats gedirigeerd alwaar je persoonlijk wordt opgewacht en verwelkomd. Het achteruit inparkeren verliep soepeltjes, de kuip werd opgeruimd en alvorens we ons bed indoken voor wat uurtjes welverdiende nachtrust, schoven we nog even onder de douche. Lekker lang, ongelimiteerd douchen op de boot. Het kon, omdat we in de Marina gratis water konden tappen. Heerlijk schoongewassen tussen de lakens gekropen en beiden sliepen we binnen de minuut in. In plaats van de geprognotiseerde 74 uur hebben we er uiteindelijk 61 uur over gevaren. Het voelt altijd goed als iets sneller gaat dan verwacht, voor met zo'n fysieke inspanning. |