| Terug naar hoofdpagina | ||
|
De start van een
passage. Tico showt hier nog even de speciale pleisters die hij aan het
muntjes drama heeft overgehouden. Hij wilde ze er niet afhalen en heeft ze
uiteindelijk 3 weken opgeplakt gehouden.
|
|
Niets vermoedend wat de CANDIDE te wachten staat, heeft Tico het weer goed aan boord. Lekker in de zon eten, naar de zee en vissen kijken en spelen.
|
|
|
|
|
Inmiddels is de onheilstijding van Herb binnengekomen. Hier ben ik bezig de stormfok te prepareren. (Voor het eerst dat die deze reis de bakskist uit moet!) | |
|
|
Een front tekent zich scherp af in de lucht. Is dit het, of heeft Herb zich wellicht toch vergist? De lucht ziet er verder prachtig blauw uit...
|
|
|
Op ons nieuwe
speelgoed, de kaartplotter gekoppeld aan de GPS is duidelijk te zien dat
we een veel noordelijker koers aanleggen om straks voor de harde
noordenwind te kunnen weglopen.
|
|
| Ondertussen
gaat het 'huiselijke' leven ook gewoon door. Spelen met Tico in de kajuit.
|
|
|
![]()
|
De wind trekt
langzaam maar zeker aan. Eerst 20 knopen, dan 25 knopen...
|
|
| Later
30 knopen en 35, totdat we uiteindelijk 45 knopen echte wind op de
teller hebben staan. Dat is een dikke 9 beaufort.
|
![]()
|
|
|
De zee bouwt zich
navenant op.
|
|
![]() |
Uiteindelijk draaien
we de haven van Cascais binnen, nadat we de shipping lane gepasseerd zijn.
Gespannen, maar onbeschadigd.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||
|
|
||
|
|
||
Passage Sao Miguel naar Lissabon De één-na-laatste lange, aaneengesloten passage in ons zeilavontuur. Vanaf de BVI's hebben we alleen maar meerdaagse passages gehad: BVI-Bermuda 840 mijl (6 dagen), Bermuda-Azoren 1800 mijl (13 dagen), Faial-Sao Miguel 180 mijl (1 dag) en dan nu Sao Miguel naar Lissabon, 770 mijl en dat staat gelijk aan 6 dagen aaneengesloten varen. We hebben over deze passage uiteindelijk 5 dagen gedaan en hoe het komt dat we het zo snel hebben gedaan, wordt hieronder beschreven. Rond het middaguur van 18 juni gooien we de trossen los in de Marina van Ponta Delgado. We zijn klaar voor vertrek richting Lissabon. De dieseltanks + jerrycans zijn gevuld, de watertanks zijn vol en we hebben weer meer dan voldoende proviand aan boord om het weer dagen (zelfs weken is mogelijk) zonder supermarkt te kunnen stellen. De hemel is strakblauw en er waait een lekker windje schuin van achteren, kracht 3. De zee is glad en we glijden met een rustig vaartje over het water. Als we het eiland achter ons gelaten hebben, zien we in de verte, zowel aan bakboord (links) als aan stuurboord (rechts) meerdere walvissen metershoge waterfonteinen in de lucht spuiten. Ze komen even boven en duiken vervolgens weer met een grote zwaai met hun staart onder water. Dit alles gelukkig op een behoorlijke afstand van de boot, zodat we niet bang hoeven te zijn dat er eentje even lekker tegen onze romp aan gaat schurken. Een grote school dolfijnen springt naast en voor de boeg en Tico heeft plezier voor tien. Wie doet ons wat? De dagen zijn relaxed, we eten lekker en
de nachten zijn rustig, waardoor we goed en veel slapen. Het enige
"lastige" is het wachten op Herb. Tussen 19.30-20.00 uur UTC
melden we ons via de SSB aan bij Herb, onze routeerder. Dit is een
eenvoudige klus; we zetten de SSB aan, roepen door de microfoon "Southbound
Two, Southbound Two, this is CANDIDE, CANDIDE, CANDIDE, standing
by". En dan begint het wachten. Herb verdeelt de oceaan in gebieden
en ons gebied komt pas als één van de laatste aan de beurt. Rond 22.30
uur moeten we echt gaan luisteren om rond 23.00 uur door hem opgeroepen
te worden. De echt vervelende klus is dat ik meestal al vanaf 22.45 uur
met de hand moet gaan sturen, daar de autopiloot doldraait als Coos aan
het "zenden" is. En nu is sturen op zich niet zo vervelend,
ware het niet dat het Terug naar ons ritme. Na Herb gesproken te hebben, neemt Robbie Robertson het sturen weer over. De radar staat op watchman, hetgeen betekent dat ie elke 10 minuten een cirkel van 6 mijl rond onze boot scant op andere "weggebruikers". Als ie er eentje signaleert, geeft ie een oorverdovende piep. Coos doet de eerste wacht (vanaf 23.00 uur tot ca. 03.00 uur) en ik de volgende wacht tot ca. 08.00 uur. Dit klinkt lang, maar omdat het weer zo rustig is en de radar geen andere schepen ontdekt, slapen we het merendeel van onze wachtbeurt. Heel relaxed aldus. Na de derde avond, nadat we Herb gesproken hebben, is al deze ontspannenheid verdwenen en beginnen we aan een race tegen de klok. Wat is er gebeurd? Volgens Herb is er slecht weer, zwaar weer op komst langs de kust van Spanje en Portugal, precies op het moment dat wij in Cascais (een haven aan de riviermonding van de Taag even buiten Lissabon) zullen aankomen. Hij spreekt over severe gale force conditions voor de zondag, zondagnacht, maandag en dinsdag. Bij een snelheid van 5 knopen staat, volgens de GPS, onze ETA (estimated time of arrival) op maandagochtend. Dit zou betekenen dat we zondag in een storm, kracht 8-9 terecht zullen komen en met dergelijke wind op maandag een haven moeten binnenlopen. De zenuwen gieren vanaf dat moment door mijn keel! We maken een plan: zoveel mogelijk vaart maken om de ETA vervroegd te krijgen en zoveel mogelijk in noordelijke richting varen om als het echt hard gaat waaien voor de wind weg te kunnen lopen (Cascais ligt pal Oost). We starten de motor en varen met 2200 toeren per minuut en vol tuig een meer noordelijker koers. De hogere snelheid die we maken, geeft meteen een andere ETA: aankomst Cascais zondagnacht. Dit is weliswaar iets eerder, maar 's nachts een haven aanlopen met windkracht 7-8 is geen pretje. En daarbij komt dan ook nog dat we in het donker de shippinglane (de snelweg voor de grote vaart) die 15 mijl uit de Portugese kust loopt, moeten oversteken. Nou ja, niets aan te doen. One thing at a time, day by day. Er kan nog veel veranderen; tenslotte is het een meerdaagse voorspelling. Het is heel goed mogelijk dat het lagedrukgebied wat dergelijk zwaar weer veroorzaakt sneller dan aangenomen wordt, wegtrekt. Ofzo.....???!!!! De volgende dag treffen we bij daglicht de
andere voorzorgsmaatregelen. Coos vult de dieseltank bij vanuit de
jerrycans, zodat we daarin voldoende hebben om de resterende mijlen naar
Cascais te motoren. Hij verwisselt de stagfok voor het stormzeil. Hij
loopt het dek na of er geen dingen van boord kunnen waaien. Ondertussen
zorg ik dat binnen alles in orde is: bevestig de lifelijnen in de kuip,
hang de reddingsvesten op grijpen op (incl. die van Tico), ik maak
alvast eten voor de volgende avond, ruim alles wat los ligt en door de
kajuit kan zeilen op (op het rondslingerende speelgoed van Tico na dan).
's Avonds stelt Herb de onheilsvoorspelling ietsjes bij. De harde(re) wind die zaterdagavond al zou komen, zet waarschijnlijk nu pas door op zondagochtend. En als je die lijn doortrekt, komt de echt harde wind pas zondagnacht/ maandagochtend. In de afgelopen 24 uur zijn we behoorlijk noordelijk gevaren wat een goed vooruitzicht is om later een ruime koers te kunnen gaan varen. Onze ETA staat op aankomst Cascais op zondagavond. Onze bevriende boot, de Alsager, loopt op ons uit. Zeilend deden we nagenoeg eenzelfde snelheid, maar met de motor bij, zijn zij vele malen sneller. Zijn Maxprop, een hightech schroef, zorgt ervoor dat ie veel meer snelheid kan maken dan wij. Gemiddeld vaart ie 0,5-1,0 knoop sneller en dat tikt aan als je nog behoorlijk wat mijlen te maken hebt. Zijn ETA staat op aankomst Cascais op zondagmiddag. Het feit dat we weten dat er zwaar weer op komst is, is enerzijds lekker. We kunnen ons "materieel" goed voorbereiden. Anderzijds maakt die wetenschap de dagen er niet ontspannender op; het voelt voor ons (en voor mij meer dan voor Coos) als een zenuwslopende race tegen de klok: zijn we op tijd, voordat de hel losbarst in een haven of moeten we afzien en bikkelen met harde wind en hoge golven? Zaterdagnacht begint de wind voorzichtig aan te trekken; dit heeft als voordeel dat we sneller varen en de ETA weer een beetje naar beneden bijgesteld kan worden. Nadeel is dat de zee zich ook gaat opbouwen; de gladde zee vertoont hobbels en daardoor wordt het enigszins oncomfortabel. Zondags waait het 's ochtens 20 knopen (= kracht 5). Rond het middaguur geeft de windmeter 25 knopen aan (= kracht 6) en halverwege de middag telt ie door naar 30 knopen (= kracht 7). De golven zijn nu echt golven en de zee wordt een beetje een klotskamer. Van een lange oceaandeining is geen sprake meer; noordzeegolven, kort en hoog. Coos brengt de dag voornamelijk buiten door en ik, samen met Tico, binnen. Van harde wind word ik onrustig en hoewel het binnen soms behoorlijk tekeer gaat, heb ik daar minder toch minder last van zenuwen dan wanneer ik buiten ben. Dan voel ik daadwerkelijk de kracht van de wind en zie ik de hoogte van de golven. In de namiddag waait er 8 beaufort, 35 knopen. Inmiddels hebben we 3 reven in het grootzeil en is de genua voor de helft ingedraaid. We hebben besloten de stormfok (nog) niet te hijsen, omdat we dan misschien wat snelheid verliezen. Het oversteken van de shippinglane is ook nog een klus op zich; gelukkig kunnen we dit bij daglicht doen. Meerdere keren hebben we onze koers moeten verleggen om niet op ramkoers te zitten met een containerschip. En meerdere keren hebben we een dergelijk schip opgeroepen om te communiceren dat we hen danwel voor danwel achterlangs zouden passeren. Zonder schade en al te veel enge momenten bereiken we de overkant. Tegen die tijd vlaagt de wind naar 40 knopen, maar we hebben het land in zicht en door de snelheid die we maken (nog steeds motorzeilend) staat de ETA op aankomst in Cascais om 20.00 uur UTC. En dat betekent bij daglicht!!!! Als we Cabo...... ronden, waait het 45 knopen (kracht 9) echte wind! My god, wat een puist wind; de zee rookt! We draaien de genua in, totdat er nog maar een puntje zeil staat. Deze exercitie kost behoorlijk veel kracht, maar de adrenaline zorgt voor extra power. We vinden onszelf te dichtbij Cascais om nu nog de genua te verwisselen voor de stormfok. We hebben nog 8 mijl te gaan. Voorbij de Cabo wordt de zee rustiger en ongeveer een uur voor aankomst in Cascais, zakt de wind helemaal weg. We varen de haven binnen met glad water en geen wind. Het is 20.00 uur en we zijn er!!! We krijgen het niet cadeau, maar ook deze oversteek hebben we weer tot een goed einde gebracht. De bloedstollende zeiltocht heeft nog een klein staartje. Langs de kust van Portugal is het water bezaaid met visvlaggen en visboeien waaronder visnetten en krabbekooien hangen. Voor zover we ze in het kolkende water konden ontdekken, zijn we er omheen gevaren. Maar, als we aanleggen langs de steiger in Cascais en Coos de motor in z'n achteruit zet (de landvasten zijn gelukkig al op de steiger rond een bolder geslingerd) schiet er een touw of een net in de schroefas. Vermoedelijk hebben we dat al even met ons meegesleept achter het roer. Bij het in z'n achteruit zetten van de motor, wordt het dan in de schroefas getrokken. Maar, van dit euvel kunnen we niet opgewonden, teleurgesteld of boos raken. We zijn er! En morgen zien we wel weer hoe we dat net of touw uit de as krijgen. Ik ben (weer) ontzettend trots op Coos!
Hij is een geweldige kapitein die onze boot en haar zeilcapaciteiten
goed kent en haarfijn in zijn vingers heeft. Hij kan de boot onder alle
omstandigheden naar een veilige haven loodsen. Hij weet welke krachten
er met dergelijke zware winden en hoge golven op de boot worden
uitgeoefent en hij past zeil en koers daarop aan. Het is een ware kunst
om balans te vinden in over- en ondertuigd varen. En hij weet die balans
te vinden. Cascais, Portugal. Nog meer terug in Europa en weer een stukje dichterbij huis...... |