Terug naar Logboek

Terug naar hoofdpagina
Coosti~3.jpg (62651 bytes)

Tonijn!!!Eindelijk!!! Na vele Dorado's tijdens de oversteek en Baracuda's in de Carieb nu eindelijk een heerlijke tonijn gevangen!

 

 

 

 

 

 

 

 

Squall~1.jpg (30728 bytes)

Een squall in de bergen van één van de Windward eilanden. Vaak zit er veel wind (tot 40 knopen) in zo'n squall, dus dat is oppassen geblazen.

 

 

 

 

 

Ankerb~1.jpg (67980 bytes)

De ankerplaats van Petite St. Vincent. Een paradijselijk eilandje waar één luxueus resort is gebouwd, dat regelmatig wordt bezocht door de 'rijken' der aarde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Coosst~2.jpg (83948 bytes)

Zij kunnen dan genieten van hun privéstukje Caribisch strand. ( En wij doen dat natuurlijk ook gewoon...)

Coosst~1.jpg (89579 bytes)

 

 

 

 

 

Gazonp~1.jpg (67763 bytes)
Strand~1.jpg (67501 bytes)
Vlagge~1.jpg (89610 bytes)

De huisjes van het resort liggen ver uit elkaar en communicatie met de bediening verloopt via een vlaggetjessysteem; vlag omhoog betekent 'service please' en vlag omlaag betekent 'leave me alone'.

 

 

 

Mayrea~1.jpg (41038 bytes)

Tmstra~1.jpg (66633 bytes)

Tmstra~3.jpg (64374 bytes)

Ankerb~4.jpg (36747 bytes)

Mayrea~2.jpg (34709 bytes)

Salt Whistle Bay op Mayreau is nog zo'n paradijselijk plekje. 

Deze 'picture-perfect' ankerbaai hoefden we maar met weinigen te delen. 

We voelden het als een verplichting naar de thuisblijvers in Nederland dat wij hier een aantal dagen moesten genieten....

 

Zo dachten ook Wolfgang en Martine met hun kindjes Nina en Tania erover. 

Deze zeilschoolhouders uit Oostenrijk varen rond in hun 30 voets catamaran

 

 

Ticoni~1.jpg (58181 bytes)

Wolfga~1.jpg (80971 bytes)

Gelben~1.jpg (61252 bytes)

Tmmayr~1.jpg (58209 bytes)

Tmmayr~2.jpg (57369 bytes)

 

 

Zonson~1.jpg (63248 bytes)

En iedere dag wordt afgesloten met weer een perfecte zonsondergang....

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wijziging in de plannen: Terug naar de Windwards!

In Prickley Bay konden we weer even op adem komen. We werden warm onthaald (met soep) door Ernst en Marlies op de Anja K.. Lekker even bijkletsen en onze avonturen ventileren.

Want zeiltechnisch hadden we een behoorlijke prestatie geleverd: tegen windkracht 6 en zelfs enige tijd windkracht 7 in, met een flinke zeegang (moderate to rough) op de neus en in het pikkedonker (nada Luna, oftewel geen maan) 86 mijl afleggen is geen kattepis. Sterker nog; het is behoorlijk afzien, maar de CANDIDE deed het fantastisch. Ze sneed goed door de (meeste) golven heen; slechts af en toe kletterde er eentje met vol geweld op het dek. Hoewel het normaliter lekker rustig is als je in het schip bent, is het een kabaal van jewelste als er een golf breekt op het dek. Dan voel je het schip trillen en sidderen om zich vervolgens snel te herstellen en weer door te gaan. "Slepen met die slettebak", zeggen de schippers van de Friese skütsjes en hoewel onze CANDIDE geenszins op een skütsje lijkt, is het door ons een veelgebezigde kreet.

Tico doet het, eigenlijk zoals altijd, ook met dit soort zware koersen fantastisch. Hij gaat dan wat vroeger naar bed dan normaal; ik vind het nooit zo lekker als hij op een schuine koers in het donker in de kuip speelt, ook al zit ie aangelijnd in zijn tuig en kan er technisch gesproken niets mis gaan. In zijn bedje speelt ie dan nog wat, leest een boek en valt vervolgens vanzelf in een diepe slaap. Zijn kamer/bed, de achterkajuit, is de rustigste plek in de boot en van de ruwe bewegingen die de boot zo nu en dan maakt, merkt ie -ook omdat ie nog zo klein is- helemaal niets.

Ons verblijf van twee dagen Prickley Bay was in zekere zin illegaal. We hadden nl. niet ingeklaard bij de douane en immigratie, terwijl dat wel verplicht is. Elke keer dat we een  "land" binnenkomen, moeten we als eerste met al onze bootpapieren, verzekeringspapieren en paspoorten ons bij de desbetreffende beambten vervoegen. Op zich heeft elk eiland wel 2 of 3 port of entries. De openingstijden zijn soms volstrekt willekeurig en als het tegenzit loop je de beambte voortdurend mis. Zolang je niet bent ingeklaard, mag je formeel geen voet aan wal zetten. Deze formele -verplichte- handeling gaat optimaal inefficient; verschillende formulieren moeten bij de douane ingevuld worden. Vervolgens schuif je één loket op naar Immigratie om exact dezelfde formulieren nog eens in te vullen. Carbonpapier wordt wel gebruikt, maar dan nog.... De tijd van de beambten is kostbaar (not, want ze hebben niets anders te doen, zelfs voor de formulieren moet je betalen!) en dus moet overal betaald worden. Buiten kantoortijd inklaren, hetgeen betekent na 16.00 uur of in het weekend, houdt in extra pecoenia's voor "overtime" betalen. En in sommige landen moet je ook nog eens separaat betalen voor een cruiserspermit. Als we het land gaan verlaten, is wederom een doaune-exercitie noodzakelijk (hooguit 24 uur van te voren). Al met al een arbeidsintensief klusje waar we maar niet te lang bij stil moeten staan.

Enfin, in Grenada deden we stout want we klaarden niet in (zou ons ruim NLG 100,-- hebben gekost en dat voor slechts twee dagen verblijf). We wisten dat we 2 dagen later alweer zouden vertrekken en hadden simpelweg geen zin de douanekosten en de cruiserspermit te betalen.

Op een maandag vaarden we om 08.00 uur uit. We zwaaiden voor een laatste keer naar Ernst en Marlies. Hen zien we pas weer als we weer in Nederland zijn. Onze bestemming lag ruim 45 mijl noordelijker, te weten Petit San Vincente, een klein privé-eiland behorend bij San Vincent en The Grenadines. Ook nu moesten we weer bikkelen tegen de wind in en ook nu waaide het standaard 30-35 knopen. Waar waren we mee bezig? Is dit nu relaxed cruisen? Wat het tegen de golven inboksen goed maakte, was de vangst van een vis. En niet zo maar een vis. Nee.... een heuse tonijn!!! Van Ernst hadden we de tip gekregen het lood van onze 100 meter lange sleeplijn (!) te verwijderen (het lood in de aas, een inktvisje, kon wel blijven zitten). De theorie hierachter is dat tonijn aan de oppervlakte van het water zwemt en dus is het belangrijk dat het aas, het inktvisje, niet te diep door het water sleept.  Na 5 uur slepen werden wij in deze theorie bevestigd. De lier waaraan de sleeplijn "achterstevoren" is bevestigd (oftewel tegen de draairichting van de lier in) ratelde; het teken dat we beet hebben. Als een geoliede machine pakt Coos dan de lijn, geef ik hem zijn zeilhandschoenen aan en turen we gespannen in de verte in het water. Volgens Coos "voelde" deze vis anders; hij had al veel ervaring met het binnenhalen van barracuda. Zijn voorgevoel en diepste wens werd bewaarheid: EEN TONIJN!! Euforie en vreugde en het vooruitzicht op een zalige maaltijd: gebakken tonijnbiefstuk. Dagenlang hebben we gesmuld van deze vis: gebakken tonijn, tonijnpastasalada, tonijnmayonaisesalade. Het was zelfs zoveel dat we uiteindelijk twee moten hebben moeten weggooien; we konden het niet be-eten.

Petit San Vincente was prachtig; beschut tegen de golven doordat we achter een rif konden ankeren, open op de wind. Voordeel hiervan was dat de windgenerator er lustig op los snorde (en wij dus voortdurend volle accu's hielden). Nadeel was dat ik met veel wind om mijn oren een voortdurend onrustig gevoel houd. Geen gevoelens van angst, maar gewoon onrustig. Het eilandje maakte veel goed; prachtige witte zandstranden, azuurblauw water en hier en daar een palmboom. Tico kon zalig spelen op het strand en zwemmen in het ondiepe water.

Na twee dagen idyllisch plezier werd het echt de hoogste tijd om in te klaren en wel op Union Island, 3 mijl verderop. En het vertrek verliep alles behalve vlekkeloos. Al eerder heb ik geschreven over onze ankerketting die hoognodig aan pensioen toe is. Welnu, deze keer had ie er echt geen zin in. Na 10 meter lieren (Coos deed wederom het zware werk) had de ketting met zijn te grote schakels zich muurvast geketend aan de liertanden. Coos moest de lier bijna geheel demonteren om het los te krijgen. Wat een K..klus. Toen dat gebeurd was en hij het laatste restje ketting omhaag haalde, driftten wij steeds dichter bij een boot naast ons. En hoewel wij nooit (bijna nooit) ruzie maken op het dek, was het deze keer goed raak. Ik deed iets stoms, Coos communiceerde niet duidelijk en we dreigden tegen die naastgelegen boot te botsen. Natuurlijk gaat iets dergelijks altijd net goed, maar de pleurus was uitgebroken aan boord. Ik pisnijdig en schreeuwen. Coos ongelofelijk boos en met een flinke stemverheffing (iets wat ie niet snel doet) tegen mij uitvaren. En Tico die de boel probeert te lijmen (Och, dat arme ventje. Natuurlijk hebben we hem vrijwel direct daarna uitgelegd dat onze ruzie niets met hem van doen had, maar dat ruzie tussen zijn Pap en Mam zo af en toe onvermijdelijk is). Ondertussen stoomden we af op Petit Martinique, een halve mijl tegenover Petit San Vincente gelegen en de plek, volgens de pilot, waar je goedkoop en aan een solide steiger water kon tanken. Daar aangekomen hebben we -gelukkig- soepeltjes aangelegd en moesten we nog een minuut of 10 wachten totdat de lunchpauze van het waterstation was afgelopen. Helaas hebben we dat niet kunnen afwachten. De harde wind (ja, wéér harde wind) en de stroming en zuiging langs de steiger deed onze bolder bijna uit het teakdek rukken (scheur in teakdek), zodat we als de wiedeweerga moesten losgooien. Terwijl ik op de kant de spring losmaakte, dreef de boot al van de steiger en kon ik me nog net als een soort Jane op de boot slingeren. Mijn God, wat een stress en wat een toestanden. Dan maar geen water; we zongen het nog wel uit tot Bequia waar we een week later ongeveer dachten te zijn.

Aldus op weg naar Union Island. De vorige keer dat we daar waren, had ik er al een unheimisch gevoel en helaas ook deze keer kon het mij niet bekoren. We ankerden achter het rif, er gierde een straffe windkracht 6 door de verstaging en er kwam een squall (regenbui veelal gepaard gaand met harde windvlagen) op ons af. Ik voelde me allesbehalve op mijn gemak en na wat getwijfel, gekat en gejank, hebben we het anker weer gelicht om dichter bij het stadje -en daardoor hopelijk meer beschut- een nieuwe poging te wagen. Gelukkig ging die operatie soepel en gesmeerd. Ik voelde me weer veilig en Coos kon met een gerust hart naar de wal om..... in te klaren. Het was even voor 16.00 uur. Aangekomen bij het kantoor, bleek hun klok iets anders te staan: even na 16.00 uur en dus moesten we "overtime" betalen bij de douane. En dat voor een handeling die dit keer slechts 5 minuten duurde. DARN!!

Union Island, de voortdurend harde wind was niet goed voor het moraal. Beiden snakten we naar rust en windstilte. Het eiland Mayreau leek ons dat te kunnen bieden en het paradijs dat we daar vonden in de vorm van Salt Whisle Bay was helend en genezend op alle fronten. Heerlijk beschut, glad water, weinig wind, wit strand, azuurblauw water en hier en daar een palmboom. Hier ontdekten we weer waarom we elkaar zo leuk vinden. Vier dagen zijn we hier gebleven; het enige dat we gedaan hebben is spelen en zwemmen op het strand. Ik kon van de boot in het water springen en zo naar het strandje zwemmen. Vaak "zwom" Tico dat stuk mee en ging Coos met het bijbootje naar het strand, zodat ook schep, emmer en gieter meekonden. In deze baai lag ook een kleine, gele catamaran met daarop een Oostenrijks gezin: Wolfgang, Martina, Nina (even oud als Tico) en Tania (7 maanden). Nu denken wij dat wij af en toe aan het camperen zijn, maar de ruimte die zij tot hun beschikking hadden was bijzonder klein. Je kunt het vergelijken met camperen in een bungalowtent of een sheltertje en dan hebben wij in die vergelijking de bungalowtent en deden zij het in het sheltertje. Voor de kindjes was het leuk; samen spelen was echter af en toe voor beiden (Tico en Nina) heel moeilijk. Want er moest speelgoed "gedeeld" worden en als Tico dan net met de tractor (van Nina) speelde, wilde Nina daarmee spelen. En als Nina dan met de zwemvliezen van Coos aan de haal ging, rende Tico er als een bezitterige beschermheer van zijn vader achteraan al roepend: "Nee, niet doen. Dat is van Papa". Maar er waren minstens evenveel momenten, zo niet meer, dat ze samen opgingen in zandkastelen bouwen (en in een seconde weer slopen) en emmertjes water halen. Of dat ze eindeloos tevreden waren met een stuk touw en een poppetje.

De vijfde dag was de dag dat we onze tocht weer zouden vervolgen: 30 mijl varen naar Bequia. En daar zouden we de luitjes van de Exuberance weer ontmoeten om vanaf daar gezamenlijk naar het Noorden te varen. Want zoals ik al eerder aangaf, hebben we onze route veranderd. Trinidad is onze meest zuidelijke bestemming geworden. Vanaf daar varen we alleen nog maar naar het Noorden: via de Windwards, de Leewards, de Virgin Islands en zo tot aan Bermuda. Bij Bermuda slaan we "rechtsaf" richting de Azoren. Vanaf de Azoren varen we dan naar de kust van Portugal, ter hoogte van Lissabon, om vervolgens al daghoppend (voor het overgrote deel) terug te varen naar Nederland alwaar we in september verwachten aan te komen. Hiermee skippen we dus de meest prachtige eilanden zoals Los Roquos en de Avis-eilanden en ook Bonaire wordt naar een volgend avontuur doorgeschoven. Ik -wederom ik- had geen lekker gevoel bij Venezuela (al die cowboyverhalen over piraterij) en zag ongelofelijk op tegen het traject vanaf Bonaire naar een Noordelijk gelegen bestemming. Dat zou nl. een lang stuk varen zijn (ca. 700 mijl) en dat ook nog eens voornamelijk tegen de wind in. Voor mij en van mij iets teveel gevraagd.

En dus:  het leven is een dynamisch proces, voortdurend aan verandering onderhevig en daarin moeten en -vooral- willen wij meegaan. Terwille van onze eigen gemoedsrust en om optimaal te kunnen genieten van dit avontuur, elke dag weer.

 

 

TERUG NAAR LOGBOEK